Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2376
2016-10-11
Strafrecht
15/05909
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:2376 → ECLI:NL:PHR:2016:1014 gevolgd
Inhoudsindicatie
Bedreiging met een “AK-47” n.a.v. een woordenwisseling op straat. 1. Beroep op (putatief) noodweer. 2. TBS met dwangverpleging opgelegd aan weigerende observandus. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2021:1034 Parket bij de Hoge Raad 14-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1034 Parket bij de Hoge Raad 14-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:880 Parket bij de Hoge Raad 08-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2018:594 Parket bij de Hoge Raad 12-06-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:235 Parket bij de Hoge Raad 06-03-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:437 Parket bij de Hoge Raad 18-04-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.402 tekens)
11 oktober 2016
Strafkamer
nr. S 15/05909
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 december 2015, nummer 22/000263-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2016.
Strafkamer
nr. S 15/05909
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 december 2015, nummer 22/000263-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2016.