Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2016:2288

2016-10-07 Civiel recht; Insolventierecht 16/02915
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2016-10-07
Publicatiedatum
2016-10-07
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
16/02915
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JWB 2016/363 | RvdW 2016/1039

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging (art. 350 Fw). Sollicitatieplicht. Informatieplicht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.098 tekens)
7 oktober 2016
Eerste Kamer
16/02915
LZ/JS


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


in de zaak van:


1. [verzoeker 1],
2. [verzoekster 2],beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, thans mr. K. Aantjes.




Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekers]





1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer C 08/14/802 R en 803 R van de rechtbank Overijssel van 8 maart 2016;
b. het arrest in de zaak 200.187.677 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 mei 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.





3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3-6).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.





4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 7 oktober 2016.