Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2225
2016-09-30
Civiel recht
15/05550
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2225 → ECLI:NL:GHDHA:2015:3462 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:2225 → ECLI:NL:PHR:2016:911 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Strafrecht. Kort geding tot staking tenuitvoerlegging gedeelte van vrijheidsstraf. Misslag in strafvonnis door overschrijding wettelijk strafmaximum bij cumulatie (art. 63 Sr)? Gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken. Art. 5 EVRM.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2023:332 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:332 Parket bij de Hoge Raad 10-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2018:573 Parket bij de Hoge Raad 18-05-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:109 Parket bij de Hoge Raad 02-02-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (2.389 tekens)
30 september 2016
Eerste Kamer
15/05550
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te Vught,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),zetelende te ’s-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Staat.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/09/449835/KG ZA 13-1006 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2013;
b. het arrest in de zaak 200.138.048/01 van het gerechtshof Den Haag van 29 september 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 30 september 2016.
Eerste Kamer
15/05550
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te Vught,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),zetelende te ’s-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Staat.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/09/449835/KG ZA 13-1006 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2013;
b. het arrest in de zaak 200.138.048/01 van het gerechtshof Den Haag van 29 september 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 30 september 2016.