Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2216
2016-09-30
Bestuursrecht; Belastingrecht
16/03572
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2216 → ECLI:NL:GHARL:2016:2470
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2016:2470 Hoge Raad 30-08-2016
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:HR:2018:295 Hoge Raad 02-03-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.617 tekens)
30 september 2016
Nr. 16/03572
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 maart 2016, nr. 15/00258, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hof van 7 juli 2015.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ter zake van de in de aanhef van dit arrest vermelde uitspraak van het Hof heeft belanghebbende reeds eerder beroep in cassatie bij de Hoge Raad ingediend. Bij arrest van de Hoge Raad van 8 juli 2016, nr. 16/01807, ECLI:NL:HR:2016:2470, is dat cassatieberoep niet‑ontvankelijk verklaard, omdat het voor de behandeling daarvan verschuldigde griffierecht niet is voldaan. Bij het instellen van dit tweede beroep tegen dezelfde uitspraak was de daarvoor geldende termijn inmiddels verstreken. Om die reden moet ook dit tweede beroep in cassatie tegen die uitspraak niet-ontvankelijk worden verklaard.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2016.
Nr. 16/03572
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 maart 2016, nr. 15/00258, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hof van 7 juli 2015.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ter zake van de in de aanhef van dit arrest vermelde uitspraak van het Hof heeft belanghebbende reeds eerder beroep in cassatie bij de Hoge Raad ingediend. Bij arrest van de Hoge Raad van 8 juli 2016, nr. 16/01807, ECLI:NL:HR:2016:2470, is dat cassatieberoep niet‑ontvankelijk verklaard, omdat het voor de behandeling daarvan verschuldigde griffierecht niet is voldaan. Bij het instellen van dit tweede beroep tegen dezelfde uitspraak was de daarvoor geldende termijn inmiddels verstreken. Om die reden moet ook dit tweede beroep in cassatie tegen die uitspraak niet-ontvankelijk worden verklaard.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2016.