Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2013
2016-09-02
Civiel recht
14/06023
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Cassatieprocesrecht. Verzoek tot aanvulling (art. 32 Rv) van HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1434. Voorwaarden waaronder in cassatie een vordering tot terugbetaling van hetgeen waartoe een partij in de bestreden uitspraak is veroordeeld, kan worden toegewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2016:1434 Hoge Raad 08-07-2016
Geciteerd door (20)
- ECLI:NL:PHR:2026:649 Parket bij de Hoge Raad 26-06-2026
- ECLI:NL:HR:2023:970 Hoge Raad 23-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:578 Parket bij de Hoge Raad 09-06-2023
- ECLI:NL:HR:2023:846 Hoge Raad 02-06-2023
- ECLI:NL:HR:2023:846 Hoge Raad 02-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:238 Parket bij de Hoge Raad 24-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:229 Parket bij de Hoge Raad 24-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:239 Parket bij de Hoge Raad 24-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:236 Parket bij de Hoge Raad 24-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:237 Parket bij de Hoge Raad 24-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:240 Parket bij de Hoge Raad 24-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1074 Parket bij de Hoge Raad 18-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1074 Parket bij de Hoge Raad 18-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:94 Parket bij de Hoge Raad 05-02-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1053 Parket bij de Hoge Raad 13-11-2020
- ECLI:NL:HR:2020:483 Hoge Raad 20-03-2020
- ECLI:NL:HR:2019:1845 Hoge Raad 06-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1258 Parket bij de Hoge Raad 29-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1229 Parket bij de Hoge Raad 22-11-2019
- ECLI:NL:HR:2017:2372 Hoge Raad 15-09-2017
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.673 tekens)
2 september 2016
Eerste Kamer
14/06023
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker] , wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. M.M. Stolp,
t e g e n
de stichting FUNDASHON KORPORASHON PA DESARAYO DI KORSOU, gevestigd te Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als [verzoeker] en Korpodeko.
1Het arrest in dit geding
1.1
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 8 juli 2016 een arrest uitgesproken (ECLI:NL:HR:2016:1434). In het door [verzoeker] ingestelde cassatieberoep heeft de Hoge Raad de vonnissen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 maart 2014 en 2 september 2014 vernietigd, en de zaak teruggewezen naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing.
1.2
Bij brief van 18 juli 2016 heeft de advocaat van [verzoeker] de Hoge Raad op de voet van art. 32 Rv verzocht het arrest van 8 juli 2016 aan te vullen. Volgens de brief heeft de Hoge Raad verzuimd te beslissen op de door [verzoeker] in zijn verzoekschrift tot cassatie ingestelde vordering om Korpodeko te veroordelen “tot terugbetaling van hetgeen waartoe [verzoeker] door het hof in hoger beroep is veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van zijn betaling”. De advocaat van [verzoeker] heeft de Hoge Raad verzocht deze terugbetalingsvordering alsnog te behandelen en toe te wijzen.
1.3
De advocaat van Korpodeko heeft bij brief van 21 juli 2016 het standpunt ingenomen dat de hiervoor in 1.2 vermelde vordering van [verzoeker] terecht niet is toegewezen, althans dat deze vordering niet kan worden toegewezen, hetgeen meebrengt dat [verzoeker] geen belang heeft bij zijn verzoek op de voet van art. 32 Rv.
1.4
De Procureur-Generaal is in de gelegenheid gesteld aanvullend te concluderen, maar heeft daarvan afgezien.
1.5
De Hoge Raad stelt vast dat sprake is van een omissie, nu de hiervoor in 1.2 vermelde vordering van [verzoeker] in het arrest van 8 juli 2016 niet is behandeld. De Hoge Raad zal deze omissie herstellen door deze vordering alsnog te behandelen.
1.6
In cassatie is alleen plaats voor een veroordeling tot terugbetaling van hetgeen waartoe een partij in de bestreden uitspraak is veroordeeld, indien de Hoge Raad die uitspraak vernietigt en zelf, op de voet van art. 420 Rv, het geding afdoet door de in die uitspraak toegewezen vordering alsnog af te wijzen. Daarvan is in dit geval geen sprake, nu de Hoge Raad zich ertoe heeft beperkt de bestreden vonnissen van het Gemeenschappelijk Hof te vernietigen, en de zaak naar dat hof heeft teruggewezen ter verdere behandeling en beslissing. Nu de uitkomst van het geding nog niet vaststaat, ontbreekt een grondslag voor toewijzing van de terugbetalingsvordering van [verzoeker] . Deze vordering moet derhalve worden afgewezen.
2Beslissing
De Hoge Raad vult het arrest van 8 juli 2016 aldus aan dat de hiervoor in 1.2 vermelde vordering wordt afgewezen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 2 september 2016.
Eerste Kamer
14/06023
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker] , wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. M.M. Stolp,
t e g e n
de stichting FUNDASHON KORPORASHON PA DESARAYO DI KORSOU, gevestigd te Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als [verzoeker] en Korpodeko.
1Het arrest in dit geding
1.1
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 8 juli 2016 een arrest uitgesproken (ECLI:NL:HR:2016:1434). In het door [verzoeker] ingestelde cassatieberoep heeft de Hoge Raad de vonnissen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 maart 2014 en 2 september 2014 vernietigd, en de zaak teruggewezen naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing.
1.2
Bij brief van 18 juli 2016 heeft de advocaat van [verzoeker] de Hoge Raad op de voet van art. 32 Rv verzocht het arrest van 8 juli 2016 aan te vullen. Volgens de brief heeft de Hoge Raad verzuimd te beslissen op de door [verzoeker] in zijn verzoekschrift tot cassatie ingestelde vordering om Korpodeko te veroordelen “tot terugbetaling van hetgeen waartoe [verzoeker] door het hof in hoger beroep is veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van zijn betaling”. De advocaat van [verzoeker] heeft de Hoge Raad verzocht deze terugbetalingsvordering alsnog te behandelen en toe te wijzen.
1.3
De advocaat van Korpodeko heeft bij brief van 21 juli 2016 het standpunt ingenomen dat de hiervoor in 1.2 vermelde vordering van [verzoeker] terecht niet is toegewezen, althans dat deze vordering niet kan worden toegewezen, hetgeen meebrengt dat [verzoeker] geen belang heeft bij zijn verzoek op de voet van art. 32 Rv.
1.4
De Procureur-Generaal is in de gelegenheid gesteld aanvullend te concluderen, maar heeft daarvan afgezien.
1.5
De Hoge Raad stelt vast dat sprake is van een omissie, nu de hiervoor in 1.2 vermelde vordering van [verzoeker] in het arrest van 8 juli 2016 niet is behandeld. De Hoge Raad zal deze omissie herstellen door deze vordering alsnog te behandelen.
1.6
In cassatie is alleen plaats voor een veroordeling tot terugbetaling van hetgeen waartoe een partij in de bestreden uitspraak is veroordeeld, indien de Hoge Raad die uitspraak vernietigt en zelf, op de voet van art. 420 Rv, het geding afdoet door de in die uitspraak toegewezen vordering alsnog af te wijzen. Daarvan is in dit geval geen sprake, nu de Hoge Raad zich ertoe heeft beperkt de bestreden vonnissen van het Gemeenschappelijk Hof te vernietigen, en de zaak naar dat hof heeft teruggewezen ter verdere behandeling en beslissing. Nu de uitkomst van het geding nog niet vaststaat, ontbreekt een grondslag voor toewijzing van de terugbetalingsvordering van [verzoeker] . Deze vordering moet derhalve worden afgewezen.
2Beslissing
De Hoge Raad vult het arrest van 8 juli 2016 aldus aan dat de hiervoor in 1.2 vermelde vordering wordt afgewezen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 2 september 2016.