Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:1522
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:1522 → ECLI:NL:GHAMS:2012:BV6892 (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:1522 → ECLI:NL:PHR:2016:626 gevolgd
Inhoudsindicatie
Cassatie in het belang der wet. Benadeelde partij. Rechtstreekse schade. Art. 51f.1 Sv. De opvatting dat aan het vereiste dat een betrokken benadeelde “rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit” a.b.i. art. 51f.1 Sv uitsluitend is voldaan in die gevallen waarin deze benadeelde is getroffen in het belang dat door de overtreden strafbepaling rechtstreeks wordt beschermd, is in haar algemeenheid onjuist. Zij miskent dat de concrete omstandigheden van het geval bepalend zijn voor de beantwoording van de vraag of voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van verdachte en de door de benadeelde geleden schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden (vgl. ECLI:NL:HR:2014:959). Voor zover i.c. ’s Hofs oordeel aldus moet worden begrepen dat in de concrete omstandigheden van dit geval niet voldoende verband in voornoemde zin bestaat tussen het handelen van betrokkene (kort gezegd: het bewezenverklaarde deelnemen aan een criminele organisatie) en de door X geleden schade, is dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk, nu uit de bewijsvoering blijkt dat betrokkene, kort gezegd deel uitmaakte van een samenwerkingsverband tussen verschillende (rechts-)personen waarbinnen m.b.v. valse facturen ten laste van X steekpenningen werden betaald en gelden werden doorgesluisd aan de (voormalig) directeur van X.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2014:959 Hoge Raad 22-04-2014
Geciteerd door (108)
- ECLI:NL:PHR:2026:524 Parket bij de Hoge Raad 26-05-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:2656 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:201 Parket bij de Hoge Raad 03-03-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:1293 Parket bij de Hoge Raad 25-11-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:953 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2024:6699 Rechtbank Overijssel 13-12-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:11016 Rechtbank Rotterdam 06-11-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:11015 Rechtbank Rotterdam 06-11-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:11014 Rechtbank Rotterdam 06-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1037 Parket bij de Hoge Raad 15-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:499 Parket bij de Hoge Raad 14-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:499 Parket bij de Hoge Raad 14-05-2024
- ECLI:NL:RBOVE:2023:5250 Rechtbank Overijssel 21-12-2023
- ECLI:NL:RBOBR:2023:3640 Rechtbank Oost-Brabant 18-07-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:555 Parket bij de Hoge Raad 06-06-2023
- ECLI:NL:HR:2023:322 Hoge Raad 07-03-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:141 Parket bij de Hoge Raad 07-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:54 Parket bij de Hoge Raad 17-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:50 Parket bij de Hoge Raad 17-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:54 Parket bij de Hoge Raad 17-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:55 Parket bij de Hoge Raad 17-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:55 Parket bij de Hoge Raad 17-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:53 Parket bij de Hoge Raad 17-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:865 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:865 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:865 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:865 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:865 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:435 Parket bij de Hoge Raad 10-05-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:435 Parket bij de Hoge Raad 10-05-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:3152 Rechtbank Rotterdam 04-04-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:735 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-02-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:736 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-02-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1158 Parket bij de Hoge Raad 07-12-2021
- ECLI:NL:OGEAA:2021:701 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 26-11-2021
- ECLI:NL:OGEAA:2021:683 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 26-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1047 Parket bij de Hoge Raad 09-11-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2021:5165 Rechtbank Amsterdam 16-09-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3903 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19-07-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:3 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:25 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2020:4264 Rechtbank Overijssel 17-12-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2020:5038 Rechtbank Midden-Nederland 19-11-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2020:5061 Rechtbank Midden-Nederland 19-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1241 Parket bij de Hoge Raad 17-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:941 Parket bij de Hoge Raad 13-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:946 Parket bij de Hoge Raad 13-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:942 Parket bij de Hoge Raad 13-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:940 Parket bij de Hoge Raad 13-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:939 Parket bij de Hoge Raad 13-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:937 Parket bij de Hoge Raad 13-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:938 Parket bij de Hoge Raad 13-10-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2020:6889 Rechtbank Den Haag 23-07-2020
- ECLI:NL:RBZWB:2020:2699 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:109 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:206 Parket bij de Hoge Raad 14-01-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:24 Parket bij de Hoge Raad 14-01-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:24 Parket bij de Hoge Raad 14-01-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:157 Parket bij de Hoge Raad 07-01-2020
- ECLI:NL:RBROT:2019:9522 Rechtbank Rotterdam 05-12-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (5.097 tekens)
Strafkamer
nr. S 16/02474 CW
LN
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie in het belang van de wet van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, parketnummer 23/002820-09, van 22 februari 2012 in de zaak van:
[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.
1De bestreden uitspraak
1.1.
Bij de bestreden uitspraak is de betrokkene ter zake van "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" en 3. "deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven" veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het Hof heeft de benadeelde partij [A] B.V. (hierna: [A]) in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.
1.2.
Ten aanzien van die niet-ontvankelijkheid heeft het Hof het volgende overwogen:
"Ingevolge artikel 51f, eerste lid, Sv kan degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij in het strafproces voegen. Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. De vordering van de benadeelde partij, [A] B.V., strekt tot vergoeding van de ten gevolge van de onder 3 ten laste gelegde en bewezen verklaarde deelname aan een criminele organisatie geleden schade. Deze strafbare gedraging, zoals neergelegd in 140 Sr, ziet op bescherming van de openbare orde. Nu de benadeelde partij niet is getroffen in dit belang dat met de overtreding van deze strafbepaling rechtstreeks wordt beschermd, is - naar het oordeel van het hof - geen sprake van schade die de benadeelde partij als rechtstreeks gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen heeft geleden. De benadeelde partij kan daarom niet in haar vordering worden ontvangen."
2Het cassatieberoep
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft beroep in cassatie in het belang van de wet ingesteld. De voordracht tot cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De vordering strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
3Beoordeling van het middel
3.1.
Het middel klaagt dat het Hof [A] ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar vordering tot vergoeding van de door [A] als benadeelde partij geleden schade, althans dat die beslissing onbegrijpelijk is.
3.2.
Art. 51f, eerste lid, Sv luidt:
"Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich terzake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces."
3.3.
Het oordeel van het Hof berust op de opvatting dat aan het vereiste dat een betrokken benadeelde "rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit" als bedoeld in art. 51f, eerste lid, Sv, uitsluitend is voldaan in die gevallen waarin deze benadeelde is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling rechtstreeks wordt beschermd. Die opvatting is in haar algemeenheid onjuist. Zij miskent dat de concrete omstandigheden van het geval bepalend zijn voor de beantwoording van de vraag of voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde geleden schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden (vgl. HR 22 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:959, NJ 2014/256).
Voor zover het oordeel van het Hof aldus moet worden begrepen dat in de concrete omstandigheden van dit geval niet voldoende verband in voornoemde zin bestaat tussen het handelen van de betrokkene (kort gezegd: het bewezenverklaarde deelnemen aan een criminele organisatie) en de door [A] geleden schade, is dit oordeel niet zonder meer begrijpelijk, nu uit de bewijsvoering blijkt dat de betrokkene, kort gezegd, deel uitmaakte van een samenwerkingsverband tussen verschillende (rechts-)personen waarbinnen met behulp van valse facturen ten laste van [A] steekpenningen werden betaald en gelden werden doorgesluisd aan de (voormalige) directeur van [A].
4Slotsom
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
5Beslissing
De Hoge Raad vernietigt in het belang van de wet de bestreden uitspraak.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2016.