Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:1439
2016-07-08
Civiel recht
15/00828
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:1439 → ECLI:NL:GHDHA:2014:4557 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:1439 → ECLI:NL:PHR:2016:379 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Verbod op handel in dierenporno (Wet van 4 maart 2010, Stb. 111). Ontneming van eigendom (art. 1 Eerste Protocol EVRM) dan wel onevenredig nadeel? Reikwijdte van de stelplicht.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2020:660 Parket bij de Hoge Raad 12-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:660 Parket bij de Hoge Raad 12-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2017:1425 Parket bij de Hoge Raad 15-12-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:4 Parket bij de Hoge Raad 06-01-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:4 Parket bij de Hoge Raad 06-01-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:898 Parket bij de Hoge Raad 09-09-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (2.457 tekens)
8 juli 2016
Eerste Kamer
15/00828
LZ/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Staat.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 408064/HA ZA 11-2741 van de rechtbank Den Haag van 1 augustus 2012 en 9 januari 2013;
b. het arrest in de zaak 200.126.688/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Staat mede door mr. M.H.K. Jansen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 25 mei 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.
Eerste Kamer
15/00828
LZ/RB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Staat.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 408064/HA ZA 11-2741 van de rechtbank Den Haag van 1 augustus 2012 en 9 januari 2013;
b. het arrest in de zaak 200.126.688/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Staat mede door mr. M.H.K. Jansen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 25 mei 2016 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.