Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2016:1399

2016-07-05 Strafrecht 15/05576
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2016-07-05
Publicatiedatum
2016-07-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
15/05576
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2016/902

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Doodslag op 88-jarige vrouw in verzorgingshuis te Meppel door een destijds 18-jarige verdachte. Conclusie AG over de bruikbaarheid van de rapportages i.v.m. opgelegde TBS met dwang. HR: art. 80a RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.765 tekens)
5 juli 2016
Strafkamer
nr. S 15/05576
AJ

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 12 november 2015, nummer 21/005773-13, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep


De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.




3 Beslissing


De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2016.