Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2016:1297

2016-06-24 Civiel recht 16/01194
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2016-06-24
Publicatiedatum
2016-06-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/01194
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2016/756 | JWB 2016/245 | JVggz 2016/20 met annotatie van Redactie

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. BOPZ. Geneeskundige verklaring. Ondertekening door geneesheer-directeur (art. 5 lid 1 en art. 2 lid 4 Wet Bopz). Waarnemer. Mogelijkheid gevaar af te wenden buiten een psychiatrisch ziekenhuis.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.045 tekens)
24 juni 2016
Eerste Kamer
16/01194
EE


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking


in de zaak van:



[betrokkene],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,




t e g e n




de OFFICIER VAN JUSTITIE VAN HET ARRONDISSEMENTSPARKET MIDDEN-NEDERLAND,zetelende te Utrecht,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.




Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.





1Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/16/404294/FLRK 15-2677 van de rechtbank Midden-Nederland van 4 december 2015.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.





2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 11 mei 2016 op die conclusie gereageerd.






3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 juni 2016.