Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:1220
2016-06-17
Bestuursrecht; Belastingrecht
16/00622
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- sprongcassatie ECLI:NL:HR:2016:1220 → ECLI:NL:RBZWB:2015:8362
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.887 tekens)
17 juni 2016
Nr. 16/00622
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X1] B.V. te [Z] en [X2] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 december 2015, nrs. BRE 14/4338 en 14/4339, op de verzetten van belanghebbenden tegen de uitspraken van de Rechtbank betreffende de aan belanghebbenden voor het jaar 2011 opgelegde aanslagen in de vennootschapsbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij aangetekende brief van 12 maart 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbenden opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
Nadien heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbenden bij aangetekende brief van 14 april 2016 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbenden in hun brief van 30 april 2016 aanvoeren, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbenden niet in verzuim zijn geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2016.
Nr. 16/00622
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X1] B.V. te [Z] en [X2] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 december 2015, nrs. BRE 14/4338 en 14/4339, op de verzetten van belanghebbenden tegen de uitspraken van de Rechtbank betreffende de aan belanghebbenden voor het jaar 2011 opgelegde aanslagen in de vennootschapsbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikkingen.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij aangetekende brief van 12 maart 2016, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbenden opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
Nadien heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbenden bij aangetekende brief van 14 april 2016 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbenden in hun brief van 30 april 2016 aanvoeren, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbenden niet in verzuim zijn geweest.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2016.