Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2016:1142

2016-06-10 Civiel recht; Insolventierecht 15/05904
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2016-06-10
Publicatiedatum
2016-06-09
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
15/05904
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JWB 2016/222 | RvdW 2016/709

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging wegens niet-nakomen inlichtingen- en sollicitatieverplichting, achterstand boedelafdracht en laten ontstaan nieuwe schuld (art. 350 Fw).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.066 tekens)
10 juni 2016
Eerste Kamer
15/05904
EE/AS


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


in de zaak van:



[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.




Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].





1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer C/02/13/216 R van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 oktober 2015;
b. het arrest in de zaak 200.179.241/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 december 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.





3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 6 – 8).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.





4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 juni 2016.