Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2016:1006

2016-05-31 Strafrecht 15/02125
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2016-05-31
Publicatiedatum
2016-05-31
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
15/02125
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2016/689

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag, ex. art. 94 Sv. Beklag tegen beslag onder advocaat. Zeer uitzonderlijke omstandigheden die het belang dat de waarheid aan het licht komt doen prevaleren boven het verschoningsrecht van klaagster. Samenhang met 15/02123 Bv, 15/05448 Bv en 16/00003 Bv. HR: 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.573 tekens)
31 mei 2016
Strafkamer
nr. S 15/02125 Bv
AGE/CB

Hoge Raad der Nederlanden


Beschikking



op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 24 april 2015, nummer RK 14/1927, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:



[klaagster]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.





2Beoordeling van het middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2016.