Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2015:904

2015-04-07 Strafrecht 14/00993
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2015-04-07
Publicatiedatum
2015-04-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
14/00993
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2015/548 | FJR 2016/6.2 | SR-Updates.nl 2015-0185

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Discrepantie tussen de weergave van een verklaring in de aanvulling bewijsmiddelen en de weergave van diezelfde verklaring in het p-v van de tz. Geen cassatie, nu de bewijsvoering ook zonder het gewraakte bewijsmiddel toereikend is.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.088 tekens)
7 april 2015
Strafkamer
nr. 14/00993

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 januari 2014, nummer 23/001097-13, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. B.P. de Boer en mr. D.N. de Jonge, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.


2. Beoordeling van het eerste middel




2.1.
Het middel klaagt dat de door het Hof voor het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 14 januari 2014, op wezenlijke onderdelen niet overeenstemt met de verklaring zoals weergegeven in het van die terechtzitting opgemaakte proces-verbaal.



2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 8, 10 en 11 kan het middel niet tot cassatie leiden.





3Beoordeling van het tweede middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





4Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2015.