Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:357
2015-02-20
Bestuursrecht; Belastingrecht
14/05686
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Art. 8:119 Awb. Verzoek om herziening mag niet onredelijk laat worden ingediend.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2014:2735 Hoge Raad 19-09-2014
- ECLI:NL:RVS:2015:310 Raad van State 28-01-2015
Geciteerd door (29)
- ECLI:NL:RBROT:2024:6480 Rechtbank Rotterdam 18-07-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:3927 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11-06-2024
- ECLI:NL:GHARL:2023:10391 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 05-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:458 Parket bij de Hoge Raad 13-05-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2021:6014 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-11-2021
- ECLI:NL:OGEAC:2021:221 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19-11-2021
- ECLI:NL:OGEAC:2021:193 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 22-10-2021
- ECLI:NL:OGEAC:2021:196 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 22-10-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1220 Parket bij de Hoge Raad 28-09-2021
- ECLI:NL:OGEAC:2021:65 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 31-03-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2020:4056 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31-12-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:5691 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 14-07-2020
- ECLI:NL:RBGEL:2020:1020 Rechtbank Gelderland 18-02-2020
- ECLI:NL:RBZWB:2019:3946 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-09-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:5829 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-07-2019
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2425 Gerechtshof Amsterdam 11-07-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1985 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24-05-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:69 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:840 Parket bij de Hoge Raad 02-08-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:839 Parket bij de Hoge Raad 02-08-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:3900 Rechtbank Rotterdam 23-05-2018
- ECLI:NL:CBB:2016:316 College van Beroep voor het bedrijfsleven 05-10-2016
- ECLI:NL:CRVB:2016:3617 Centrale Raad van Beroep 29-09-2016
- ECLI:NL:CRVB:2016:5155 Centrale Raad van Beroep 01-07-2016
- ECLI:NL:CRVB:2016:5156 Centrale Raad van Beroep 01-07-2016
- ECLI:NL:CRVB:2015:1702 Centrale Raad van Beroep 02-06-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:1377 Centrale Raad van Beroep 30-04-2015
- ECLI:NL:GHARL:2015:2846 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21-04-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:1055 Centrale Raad van Beroep 20-03-2015
Volledige tekst
Volledige tekst (2.447 tekens)
20 februari 2015
nr. 14/05686
Arrest
gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 19 september 2014, nr. 14/03124, ECLI:NL:HR:2014:2735.
1Termijn voor indiening van het verzoek om herziening
1.1.
In het belang van de rechtsvorming en de rechtseenheid wordt het volgende vooropgesteld (zie ook ABRvS 28 januari 2015, nr. 201407367/2/A4, ECLI:NL:RVS:2015:310).
1.1.1.
Van degene die om herziening verzoekt mag worden verlangd dat hij niet onredelijk lang wacht met de indiening van dat verzoek. Een onredelijk laat ingediend herzieningsverzoek dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.
1.1.2.
Een verzoek om herziening wordt als regel als onredelijk laat aangemerkt, indien het verzoek is ingediend meer dan een jaar nadat de indiener bekend is geworden met de daarin gestelde nova dan wel, indien geen nova zijn gesteld, na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht.
1.1.3.
De hiervoor in 1.1.2 geformuleerde regel geldt niet voor het indienen van een verzoek om herziening van een uitspraak over een bestuurlijke boete. Een dergelijk verzoek is niet aan deze termijn gebonden.
1.1.4.
In het onderhavige geval is het verzoek niet onredelijk laat ingediend.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening
De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadheren C. Schaap, M.A. Fierstra, Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2015.
nr. 14/05686
Arrest
gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 19 september 2014, nr. 14/03124, ECLI:NL:HR:2014:2735.
1Termijn voor indiening van het verzoek om herziening
1.1.
In het belang van de rechtsvorming en de rechtseenheid wordt het volgende vooropgesteld (zie ook ABRvS 28 januari 2015, nr. 201407367/2/A4, ECLI:NL:RVS:2015:310).
1.1.1.
Van degene die om herziening verzoekt mag worden verlangd dat hij niet onredelijk lang wacht met de indiening van dat verzoek. Een onredelijk laat ingediend herzieningsverzoek dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.
1.1.2.
Een verzoek om herziening wordt als regel als onredelijk laat aangemerkt, indien het verzoek is ingediend meer dan een jaar nadat de indiener bekend is geworden met de daarin gestelde nova dan wel, indien geen nova zijn gesteld, na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht.
1.1.3.
De hiervoor in 1.1.2 geformuleerde regel geldt niet voor het indienen van een verzoek om herziening van een uitspraak over een bestuurlijke boete. Een dergelijk verzoek is niet aan deze termijn gebonden.
1.1.4.
In het onderhavige geval is het verzoek niet onredelijk laat ingediend.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening
De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadheren C. Schaap, M.A. Fierstra, Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2015.