Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:309
2015-02-13
Civiel recht
14/05408
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:309 → ECLI:NL:GHSHE:2014:4449 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:309 → ECLI:NL:PHR:2014:2900 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verzoek om toelating tot schuldsaneringsregeling. Niet-ontvankelijkheid. Ontbreken van verklaring als bedoeld in art. 285 lid 1, onder f, Fw.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2022:1067 Parket bij de Hoge Raad 15-11-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (1.723 tekens)
13 februari 2015
Eerste Kamer
nr. 14/05408
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker] ,wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] .
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/02/285900 / FT RK 14/1311 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 augustus 2014;
b. het arrest in de zaak HV 200.153.981/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 oktober 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 13 februari 2015.
Eerste Kamer
nr. 14/05408
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker] ,wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] .
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/02/285900 / FT RK 14/1311 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 augustus 2014;
b. het arrest in de zaak HV 200.153.981/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 oktober 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 13 februari 2015.