Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:3073
2015-10-13
Strafrecht
14/02188
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:3073 → ECLI:NL:PHR:2015:2080 gevolgd
- sprongcassatie ECLI:NL:HR:2015:3073 → ECLI:NL:RBDHA:2013:17663 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2016:744 Parket bij de Hoge Raad 07-06-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:744 Parket bij de Hoge Raad 07-06-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:744 Parket bij de Hoge Raad 07-06-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (1.528 tekens)
13 oktober 2015
Strafkamer
nr. S 14/02188 B
CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 10 december 2013, nummer RK 12/2236, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster]
, gevestigd te [vestigingsplaats].
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. R.W.J. Kerckhoffs, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2015.
Strafkamer
nr. S 14/02188 B
CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 10 december 2013, nummer RK 12/2236, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster]
, gevestigd te [vestigingsplaats].
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. R.W.J. Kerckhoffs, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2015.