Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:2919
2015-10-06
Strafrecht
14/01403
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:2919 → ECLI:NL:PHR:2015:1898 gevolgd
Inhoudsindicatie
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG onder 4 t/m 7 kan verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep. Appel is ingesteld door de gemachtigde van verdachte en aan deze is o.g.v. art. 408a jo. 450.2 Sv aanstonds de appeldagvaarding uitgereikt. Nu die uitreiking ex art. 450.4 Sv geldt als betekening in persoon, had verdachte ingevolge art. 432.1.a. Sv uiterlijk binnen 14 dagen na ’s Hofs einduitspraak cassatie moeten instellen. Cassatie is na het verstrijken van deze termijn ingesteld. Hetgeen in de cassatieschriftuur is aangevoerd, kan niet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maakt.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2021:1219 Parket bij de Hoge Raad 21-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2018:715 Parket bij de Hoge Raad 27-03-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.460 tekens)
6 oktober 2015
Strafkamer
nr. S 14/01403
NA/IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 mei 2013, nummer 21/002854-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 7 kan de verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2015.
Strafkamer
nr. S 14/01403
NA/IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 mei 2013, nummer 21/002854-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 7 kan de verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2015.