Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2015:2680

2015-09-01 Strafrecht 14/01660
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2015-09-01
Publicatiedatum
2015-09-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
14/01660
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Zaak verjaard, art 70 Sr. HR verklaart OvJ alsnog n-o.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.241 tekens)
1 september 2015
Strafkamer
nr. S 14/01660
SR

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 4 februari 2002, nummer 21/002000-01, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] ) op [geboortedatum] 1967.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. S.F.W. van ’t Hullenaar en mr. C.H.W. Janssen, beiden advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de politierechter is vernietigd, en tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging.





2Beoordeling van het middel


2.1.
Het middel klaagt dat het recht tot strafvordering is komen te vervallen door verjaring.



2.2.

Bij inleidende dagvaarding is aan de verdachte – zakelijk weergegeven – tenlastegelegd diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, begaan op of omstreeks 9 januari 1996.
Het Hof heeft het tenlastegelegde bewezenverklaard en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden.




2.3.
Het hiervoor vermelde feit is bij art. 311, eerste lid onder 4° en onder 5°, Sr strafbaar gesteld als misdrijf waarop een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren is gesteld.



2.4.

De aanzegging in cassatie is op 27 mei 2014 tevergeefs aangeboden op het in de cassatie-akte vermelde adres van de verdachte.
Uit de stukken van het geding blijkt niet dat gedurende twaalf jaren daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht.
De in art. 70, eerste lid aanhef en onder 3º, Sr bepaalde termijn van verjaring is dus verstreken, zodat het recht tot strafvordering is vervallen.




2.5.
Het middel is terecht voorgesteld.



2.6.

De Hoge Raad zal, met vernietiging van de bestreden uitspraak, de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.






3Slotsom


Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.





4Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd;
verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging.



Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2015.