Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:2167
2015-08-14
Bestuursrecht; Belastingrecht
14/00343
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- herstel ECLI:NL:HR:2015:2167 → ECLI:NL:HR:2015:1460
Inhoudsindicatie
Vennootschapsbelasting; art. 10a, lid 1, letter c, en lid 3, letter a, van de Wet Vpb 1969; Maatstaf beoordeling van in overwegende mate zakelijke overwegingen. Onzakelijke omleiding?
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2015:1460 Hoge Raad 05-06-2015
- ECLI:NL:HR:2014:224 Hoge Raad 07-02-2014
Geciteerd door (22)
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2322 Gerechtshof Amsterdam 20-08-2026
- ECLI:NL:RBNHO:2025:10201 Rechtbank Noord-Holland 28-08-2025
- ECLI:NL:PHR:2022:507 Parket bij de Hoge Raad 24-05-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2832 Gerechtshof Amsterdam 30-09-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2832 Gerechtshof Amsterdam 30-09-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2832 Gerechtshof Amsterdam 30-09-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2832 Gerechtshof Amsterdam 30-09-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2832 Gerechtshof Amsterdam 30-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:780 Parket bij de Hoge Raad 31-08-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:666 Parket bij de Hoge Raad 29-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:665 Parket bij de Hoge Raad 29-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:666 Parket bij de Hoge Raad 29-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:1198 Parket bij de Hoge Raad 17-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1198 Parket bij de Hoge Raad 17-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:672 Parket bij de Hoge Raad 03-07-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2019:4809 Rechtbank Noord-Holland 05-06-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:4809 Rechtbank Noord-Holland 05-06-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:4809 Rechtbank Noord-Holland 05-06-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:4809 Rechtbank Noord-Holland 05-06-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:4809 Rechtbank Noord-Holland 05-06-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1358 Parket bij de Hoge Raad 06-12-2018
- ECLI:NL:HR:2017:640 Hoge Raad 21-04-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.634 tekens)
14 augustus 2015
nr. 14/00343
Herstelarrest
gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2015, nr. 14/00343, ECLI:NL:HR:2015:1460, gewezen op het beroep in cassatie van [X1] B.V. en [X2] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbenden), alsmede het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 december 2013, nrs. 12/01171 en 12/01172.
1Het arrest in het geding
1.1.
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 5 juni 2015 arrest gewezen. Nadien is het de Hoge Raad gebleken dat het arrest op een tweetal punten verbetering behoeft.
1.2.
In het arrest is in onderdeel 3.1.3 overwogen:
“3.1.3. Bij het onderzoek naar de beweegredenen is van belang dat in het systeem van de Wet besloten ligt dat een belastingplichtige keuzevrijheid heeft bij de vorm van financiering van een vennootschap waarin zij deelneemt (vgl. HR 2 februari 2014, nr. 12/04640, ECLI:NL:HR:2014:224, BNB 2014/79).”
De datum en het nummer van het arrest waarnaar wordt verwezen is niet – zoals vermeld – 2 februari 2014, nr. 12/04640, maar 7 februari 2014, nr. 12/03540.
1.3.
In onderdeel 3.4 van het arrest is voorts overwogen:
“3.4. Middel III in het beroepschrift van belanghebbenden richt zich met rechts- en motiveringsklachten tegen het oordeel van het Hof dat belanghebbenden niet aannemelijk hebben gemaakt dat de onderhavige geldlening niet is ingegeven door in overwegende mate zakelijke overwegingen…”.
Het hiervoor gemerkte woordje ‘niet’ is ten onrechte in de zin opgenomen en dient te vervallen.
1.4.
Bij brieven van 15 juni 2015 heeft de Hoge Raad partijen in de gelegenheid gesteld zich over beide misslagen uit te laten. Partijen hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
De Hoge Raad zal derhalve de verbeteringen doorvoeren zoals hiervoor in de onderdelen 1.2 en 1.3 vermeld.
2Beslissing
De Hoge Raad:
verbetert de hierboven vermelde fouten in het arrest van 5 juni 2014, nr. 14/00343, en stelt de verbeteringen op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, de vice-president R.J. Koopman, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2015.
nr. 14/00343
Herstelarrest
gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2015, nr. 14/00343, ECLI:NL:HR:2015:1460, gewezen op het beroep in cassatie van [X1] B.V. en [X2] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbenden), alsmede het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 december 2013, nrs. 12/01171 en 12/01172.
1Het arrest in het geding
1.1.
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 5 juni 2015 arrest gewezen. Nadien is het de Hoge Raad gebleken dat het arrest op een tweetal punten verbetering behoeft.
1.2.
In het arrest is in onderdeel 3.1.3 overwogen:
“3.1.3. Bij het onderzoek naar de beweegredenen is van belang dat in het systeem van de Wet besloten ligt dat een belastingplichtige keuzevrijheid heeft bij de vorm van financiering van een vennootschap waarin zij deelneemt (vgl. HR 2 februari 2014, nr. 12/04640, ECLI:NL:HR:2014:224, BNB 2014/79).”
De datum en het nummer van het arrest waarnaar wordt verwezen is niet – zoals vermeld – 2 februari 2014, nr. 12/04640, maar 7 februari 2014, nr. 12/03540.
1.3.
In onderdeel 3.4 van het arrest is voorts overwogen:
“3.4. Middel III in het beroepschrift van belanghebbenden richt zich met rechts- en motiveringsklachten tegen het oordeel van het Hof dat belanghebbenden niet aannemelijk hebben gemaakt dat de onderhavige geldlening niet is ingegeven door in overwegende mate zakelijke overwegingen…”.
Het hiervoor gemerkte woordje ‘niet’ is ten onrechte in de zin opgenomen en dient te vervallen.
1.4.
Bij brieven van 15 juni 2015 heeft de Hoge Raad partijen in de gelegenheid gesteld zich over beide misslagen uit te laten. Partijen hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
De Hoge Raad zal derhalve de verbeteringen doorvoeren zoals hiervoor in de onderdelen 1.2 en 1.3 vermeld.
2Beslissing
De Hoge Raad:
verbetert de hierboven vermelde fouten in het arrest van 5 juni 2014, nr. 14/00343, en stelt de verbeteringen op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, de vice-president R.J. Koopman, en de raadsheren P. Lourens, C.B. Bavinck en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2015.