Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:19
2015-01-09
Bestuursrecht; Belastingrecht
14/03962
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:19 → ECLI:NL:GHARL:2014:5071 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht (Bpb). Vier bezwaren tegen vier WOZ-beschikkingen op één biljet. Voor Bpb één bezwaar met wegingsfactor 1,5.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2013:BZ6822 Hoge Raad 12-04-2013
Geciteerd door (64)
- ECLI:NL:GHARL:2026:4500 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 07-07-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2025:7424 Rechtbank Midden-Nederland 18-12-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:3897 Rechtbank Midden-Nederland 17-03-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:240 Gerechtshof Den Haag 19-02-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:243 Gerechtshof Den Haag 19-02-2025
- ECLI:NL:RBOBR:2025:242 Rechtbank Oost-Brabant 20-01-2025
- ECLI:NL:RBOBR:2024:5577 Rechtbank Oost-Brabant 21-11-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2023:4249 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-12-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:3527 Rechtbank Midden-Nederland 07-07-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2022:4557 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14-12-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:3200 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14-09-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:4127 Rechtbank Rotterdam 27-05-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:4057 Rechtbank Limburg 25-05-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:4058 Rechtbank Limburg 25-05-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:4050 Rechtbank Limburg 25-05-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:4063 Rechtbank Limburg 25-05-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:4060 Rechtbank Limburg 25-05-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:4052 Rechtbank Limburg 25-05-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:4061 Rechtbank Limburg 25-05-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:1847 Rechtbank Midden-Nederland 14-04-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2658 Rechtbank Limburg 11-04-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2628 Rechtbank Limburg 01-04-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2656 Rechtbank Limburg 01-04-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2574 Rechtbank Limburg 01-04-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2573 Rechtbank Limburg 01-04-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2464 Rechtbank Limburg 30-03-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2185 Rechtbank Limburg 22-03-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2187 Rechtbank Limburg 22-03-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2208 Rechtbank Limburg 22-03-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2207 Rechtbank Limburg 22-03-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2179 Rechtbank Limburg 22-03-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2178 Rechtbank Limburg 22-03-2022
- ECLI:NL:RBLIM:2022:2177 Rechtbank Limburg 22-03-2022
- ECLI:NL:GHARL:2022:707 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-02-2022
- ECLI:NL:GHARL:2022:487 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-01-2022
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3684 Gerechtshof Amsterdam 28-10-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2021:1963 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24-06-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2021:1963 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24-06-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2020:5805 Rechtbank Midden-Nederland 15-12-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2020:6622 Rechtbank Noord-Holland 09-09-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2020:6620 Rechtbank Noord-Holland 09-09-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2020:3210 Rechtbank Midden-Nederland 07-08-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:1411 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 23-04-2020
- ECLI:NL:RBNNE:2020:1311 Rechtbank Noord-Nederland 13-03-2020
- ECLI:NL:RBOBR:2019:7478 Rechtbank Oost-Brabant 13-12-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:4296 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21-11-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:4296 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21-11-2019
- ECLI:NL:RBOBR:2019:6190 Rechtbank Oost-Brabant 28-10-2019
- ECLI:NL:RBLIM:2018:12400 Rechtbank Limburg 28-12-2018
- ECLI:NL:GHARL:2018:10261 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27-11-2018
- ECLI:NL:RBLIM:2018:10451 Rechtbank Limburg 07-11-2018
- ECLI:NL:RBOBR:2018:2504 Rechtbank Oost-Brabant 23-05-2018
- ECLI:NL:RBLIM:2018:2431 Rechtbank Limburg 14-03-2018
- ECLI:NL:RBGEL:2018:214 Rechtbank Gelderland 22-01-2018
- ECLI:NL:RBOBR:2017:4063 Rechtbank Oost-Brabant 02-08-2017
- ECLI:NL:RBLIM:2017:6930 Rechtbank Limburg 18-07-2017
- ECLI:NL:RBOBR:2016:5611 Rechtbank Oost-Brabant 12-10-2016
- ECLI:NL:GHDHA:2016:2800 Gerechtshof Den Haag 21-09-2016
- ECLI:NL:RBOBR:2016:3729 Rechtbank Oost-Brabant 14-07-2016
- ECLI:NL:RBOBR:2016:3350 Rechtbank Oost-Brabant 23-06-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (3.747 tekens)
9 januari 2015
nr. 14/03962
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 juni 2014, nr. 13/01092, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. AWB 13/599) betreffende de ten aanzien van belanghebbende genomen beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) voor het jaar 2012 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1], [a-straat 2], [b-straat 1] en [c-straat 1] te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
2.1.1.
Ten aanzien van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet WOZ de waarden van - voor zover te dezen van belang - vier in de gemeente [Z] gelegen onroerende zaken bij beschikkingen vastgesteld. De beschikkingen zijn verenigd in één biljet. De onroerende zaken betreffen verschillende objecten, te weten een woning, een woon/winkelpand, een atelier/werkruimte en een horecapand.
2.1.2.
De gemachtigde van belanghebbende, die aan belanghebbende beroepsmatig rechtsbijstand verleent op basis van ‘no cure no pay’, heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen. Hij heeft vier afzonderlijke bezwaarschriften ingediend.
2.1.3.
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende gegrond verklaard. Bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar heeft hij de vastgestelde waarden van de onroerende zaken verminderd.
2.1.4.
Belanghebbende heeft in bezwaar verzocht om vergoeding van de proceskosten. De vergoeding van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand heeft de heffingsambtenaar, in afwijking van het verzoek van belanghebbende, vastgesteld op € 352,50 (1 punt voor het bezwaarschrift x € 235 x 1,5 voor de wegingsfactor).
2.2.
Het Hof heeft de uitspraak van de heffingsambtenaar bevestigd onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2013, nr. 12/02674, ECLI:NL:HR:2013:BZ6822, BNB 2013/122 (hierna: het arrest BNB 2013/122). De omstandigheid dat belanghebbende in vier afzonderlijke geschriften bezwaar heeft gemaakt tegen de onderhavige WOZ-beschikkingen, doet hieraan niet af, aldus het Hof. Met de omstandigheid dat het te dezen gaat om objecten die voor de waardering wezenlijke verschillen vertonen heeft het Hof rekening gehouden door, gelet op de daarmee samenhangende werkbelasting voor de gemachtigde, de wegingsfactor 1,5 toe te passen.
2.3.
De tegen dit oordeel gerichte klachten kunnen niet tot cassatie leiden aangezien het Hof, anders dan de klachten betogen, is uitgegaan van een juiste uitleg van het arrest BNB 2013/122.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2015.
nr. 14/03962
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 juni 2014, nr. 13/01092, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. AWB 13/599) betreffende de ten aanzien van belanghebbende genomen beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) voor het jaar 2012 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1], [a-straat 2], [b-straat 1] en [c-straat 1] te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
2.1.
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
2.1.1.
Ten aanzien van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet WOZ de waarden van - voor zover te dezen van belang - vier in de gemeente [Z] gelegen onroerende zaken bij beschikkingen vastgesteld. De beschikkingen zijn verenigd in één biljet. De onroerende zaken betreffen verschillende objecten, te weten een woning, een woon/winkelpand, een atelier/werkruimte en een horecapand.
2.1.2.
De gemachtigde van belanghebbende, die aan belanghebbende beroepsmatig rechtsbijstand verleent op basis van ‘no cure no pay’, heeft namens belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen. Hij heeft vier afzonderlijke bezwaarschriften ingediend.
2.1.3.
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren van belanghebbende gegrond verklaard. Bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar heeft hij de vastgestelde waarden van de onroerende zaken verminderd.
2.1.4.
Belanghebbende heeft in bezwaar verzocht om vergoeding van de proceskosten. De vergoeding van de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand heeft de heffingsambtenaar, in afwijking van het verzoek van belanghebbende, vastgesteld op € 352,50 (1 punt voor het bezwaarschrift x € 235 x 1,5 voor de wegingsfactor).
2.2.
Het Hof heeft de uitspraak van de heffingsambtenaar bevestigd onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2013, nr. 12/02674, ECLI:NL:HR:2013:BZ6822, BNB 2013/122 (hierna: het arrest BNB 2013/122). De omstandigheid dat belanghebbende in vier afzonderlijke geschriften bezwaar heeft gemaakt tegen de onderhavige WOZ-beschikkingen, doet hieraan niet af, aldus het Hof. Met de omstandigheid dat het te dezen gaat om objecten die voor de waardering wezenlijke verschillen vertonen heeft het Hof rekening gehouden door, gelet op de daarmee samenhangende werkbelasting voor de gemachtigde, de wegingsfactor 1,5 toe te passen.
2.3.
De tegen dit oordeel gerichte klachten kunnen niet tot cassatie leiden aangezien het Hof, anders dan de klachten betogen, is uitgegaan van een juiste uitleg van het arrest BNB 2013/122.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2015.