Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2015:1800

2015-07-07 Strafrecht 14/02107
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2015-07-07
Publicatiedatum
2015-07-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
14/02107
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2015/910

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: art. 80a RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.794 tekens)
7 juli 2015
Strafkamer
nr. S 14/02107 P
AGE/SG

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Militaire Kamer, van 3 april 2014, nummer 21/007548-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:



[betrokkene]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.



2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep




De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.





3Beslissing


De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2015.