Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:1758
2015-06-30
Strafrecht
15/00666
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:1758 → ECLI:NL:PHR:2015:965 gevolgd
Inhoudsindicatie
Vervolgingsuitlevering aan de Verenigde Staten van Amerika. Middel i.v.m. uitlokking en dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:PHR:2017:272 Parket bij de Hoge Raad 21-03-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:1136 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1138 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1136 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1139 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1139 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:1138 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (1.510 tekens)
30 juni 2015
Strafkamer
nr. 15/00666 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 21 januari 2015, nummer [001] , op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2015.
Strafkamer
nr. 15/00666 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 21 januari 2015, nummer [001] , op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2015.