Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:16
2015-01-09
Bestuursrecht; Belastingrecht
13/05000
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:16 → ECLI:NL:GHAMS:2013:2775
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2321 Gerechtshof Amsterdam 09-06-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2020:883 Gerechtshof Den Haag 03-03-2020
- ECLI:NL:RBDHA:2019:4439 Rechtbank Den Haag 29-04-2019
- ECLI:NL:RBGEL:2018:1869 Rechtbank Gelderland 23-04-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (2.195 tekens)
9 januari 2015
Nr. 13/05000
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 september 2013, nr. 12/00321, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 11/3114) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft daarenboven een verzoek om wraking ingediend.
Bij beslissing van 19 december 2014, nrs. 14/04896 tot en met 14/04899 is het verzoek tot wraking afgewezen.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, zoals door belanghebbende is verzocht. Het is namelijk niet voor redelijke twijfel vatbaar dat de onderhavige belastingheffing over belanghebbendes arbeidsongeschiktheidsuitkering niet leidt tot discriminatie bij de toegang tot arbeid in loondienst als bedoeld in de Richtlijn 2000/78/EG, noch tot een schending van enige andere regel van Unierecht.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2015.
Nr. 13/05000
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 september 2013, nr. 12/00321, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 11/3114) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft daarenboven een verzoek om wraking ingediend.
Bij beslissing van 19 december 2014, nrs. 14/04896 tot en met 14/04899 is het verzoek tot wraking afgewezen.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, zoals door belanghebbende is verzocht. Het is namelijk niet voor redelijke twijfel vatbaar dat de onderhavige belastingheffing over belanghebbendes arbeidsongeschiktheidsuitkering niet leidt tot discriminatie bij de toegang tot arbeid in loondienst als bedoeld in de Richtlijn 2000/78/EG, noch tot een schending van enige andere regel van Unierecht.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2015.