Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:1348
2015-05-26
Strafrecht
14/03074
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:1348 → ECLI:NL:GHDHA:2014:2002 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:1348 → ECLI:NL:PHR:2015:682 gevolgd
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO. Medeplegen van moord. Overboord gooien van Braziliaanse matroos in de Atlantische Oceaan.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2018:280 Parket bij de Hoge Raad 27-03-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:281 Parket bij de Hoge Raad 27-03-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.457 tekens)
26 mei 2015
Strafkamer
nr. 14/03074
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 juni 2014, nummer 22/003835-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.E.M. Later en mr. W. Römelingh, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2015.
Strafkamer
nr. 14/03074
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 juni 2014, nummer 22/003835-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.E.M. Later en mr. W. Römelingh, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2015.