Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:1293
2015-05-22
Civiel recht
15/00789
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:1293 → ECLI:NL:GHAMS:2015:556 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:1293 → ECLI:NL:PHR:2015:639 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Ontnemen schone lei, art. 358a Fw. Rechter-commissaris ‘belanghebbende’; moment bekendwording schuld bij bewindvoerder.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2015:1136 Hoge Raad 24-04-2015
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.204 tekens)
22 mei 2015
Eerste Kamer
15/00789
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak met het insolventienummer C/13/07/906-R van de rechtbank Amsterdam van 21 september 2007, 6 oktober 2010 en 10 december 2014;
b. het arrest in de zaak 200.161.397/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 15 april 2015 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in middel 1 aangevoerde klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (zie Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1136, rov. 3.3-3.4.5).
3.2
Ook de klachten van de middelen 2 en 3 kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 mei 2015.
Eerste Kamer
15/00789
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak met het insolventienummer C/13/07/906-R van de rechtbank Amsterdam van 21 september 2007, 6 oktober 2010 en 10 december 2014;
b. het arrest in de zaak 200.161.397/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 15 april 2015 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in middel 1 aangevoerde klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (zie Hoge Raad 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1136, rov. 3.3-3.4.5).
3.2
Ook de klachten van de middelen 2 en 3 kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 mei 2015.