Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2015:1072
2015-04-17
Civiel recht; Personen- en familierecht
15/00452
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2015:1072 → ECLI:NL:GHAMS:2014:5047 niet ontvankelijk
- conclusie ECLI:NL:HR:2015:1072 → ECLI:NL:PHR:2015:184 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Alimentatie. Beoordelingsvrijheid feitenrechter bij het vaststellen van draagkracht en behoefte.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2023:1036 Parket bij de Hoge Raad 17-11-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:5610 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29-06-2023
- ECLI:NL:GHARL:2020:7775 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-09-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (2.441 tekens)
17 april 2015
Eerste Kamer
15/00452
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/15/197055/FA RK 12-3561 van de rechtbank Noord-Holland van 26 juni 2013, 28 augustus 2013 en 12 februari 2014;
b. de beschikking in de zaak 200.149.032/01 van het gerechtshof Amsterdam van 4 november 2014.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van de man heeft bij brief van 16 maart 2015 op dit standpunt gereageerd.
3Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4-5, 7-11, 13 en 15).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 17 april 2015.
Eerste Kamer
15/00452
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
[de vrouw],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/15/197055/FA RK 12-3561 van de rechtbank Noord-Holland van 26 juni 2013, 28 augustus 2013 en 12 februari 2014;
b. de beschikking in de zaak 200.149.032/01 van het gerechtshof Amsterdam van 4 november 2014.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van de man heeft bij brief van 16 maart 2015 op dit standpunt gereageerd.
3Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4-5, 7-11, 13 en 15).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 17 april 2015.