Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2014:947

2014-04-18 Civiel recht 13/06333
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-04-18
Publicatiedatum
2014-04-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
13/06333
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2014/603 | JWB 2014/191 | RI 2014/60

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Toepassingsbereik art. 69 Fw; verzoek van gefailleerde tot van de wet afwijkende wijze van beëindiging faillissement en vaststelling salaris van de curator.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.285 tekens)
18 april 2014
Eerste Kamer
nr. 13/06333

Hoge Raad der Nederlanden

NBeschikking

in de zaak van:


STICHTING GARANTIE- EN WAARBORGFONDS NEDERLAND,gevestigd te Barchem, gemeente Lochem,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R.W. Keus,



t e g e n



mr. Rense Frank FEENSTRA,in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de Stichting Garantie- en Waarborgfonds Nederland, kantoorhoudende te Ede,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.




Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en de curator.





1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak met faillissementsnummer 07/115 van 29 oktober 2013 van de rechter-commissaris in de rechtbank Gelderland;
b. de beschikking in de zaak C/05/253771/HA RK 13/187 met insolventienummer F13/165 van de rechtbank Gelderland van 12 december 2013.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank van 12 december 2013 heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaat van de Stichting heeft bij brief van 21 maart 2014 op die conclusie gereageerd.





3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 april 2014.