Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2014:441

2014-02-28 Civiel recht 12/05779
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-02-28
Publicatiedatum
2014-02-28
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
12/05779
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2014/408 | JWB 2014/123

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Vordering tot nakoming maatschapscontract naar aanleiding van uitzetting uit de maatschap.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.319 tekens)
28 februari 2014
Eerste Kamer
nr. 12/05779
EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. K. Aantjes,



t e g e n



de maatschap DE EGLANTIER, handelend onder de naam BDO Accountants & Belastingadviseurs,gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. W.H. van Hemel.



Eisers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers], en ieder afzonderlijk als [eiser 1] en [eiseres 2]. Verweerster in cassatie zal hierna worden aangeduid als BDO.





1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 245519/HA ZA 08-543 van de rechtbank Utrecht van 18 juni 2008 en 15 april 2009;
b. de arresten in de zaak 200.039.331 van het gerechtshof te Amsterdam van 28 september 2010 (tussenarrest) en 11 september 2012 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. BDO heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor BDO mede door mr. M. Malycha, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van zowel het principaal als het incidenteel beroep.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 28 januari 2014 op die conclusie gereageerd; de advocaat van BDO heeft dat gedaan bij brief van 31 januari 2014.





3Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




4Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BDO begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incidentele beroep:

verwerpt het beroep;
veroordeelt BDO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eisers] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.



Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 februari 2014.