Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:3589
2014-12-12
Bestuursrecht; Belastingrecht
14/04021
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2014:3589 → ECLI:NL:CRVB:2014:2675
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:HR:2015:565 Hoge Raad 13-03-2015
Volledige tekst
Volledige tekst (1.995 tekens)
12 december 2014
Nr. 14/04021
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 augustus 2014, nr. 14/545 WW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. 13/211) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Werkloosheidswet.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad als de onderhavige.
Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Dit houdt tevens in dat de Hoge Raad niet in zal gaan op nader van belanghebbende ingekomen stukken.
Daarenboven is namens belanghebbende een verzoek om wraking ingediend.
Bij beslissing van 5 december 2014, nr. 14/05387 is het verzoek tot wraking afgewezen. Voorts heeft de Hoge Raad in zijn beslissing bepaald dat een volgend verzoek tot wraking in de onderhavige zaak niet in behandeling wordt genomen.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2014.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 122 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.
Nr. 14/04021
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 augustus 2014, nr. 14/545 WW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. 13/211) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Werkloosheidswet.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad als de onderhavige.
Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Dit houdt tevens in dat de Hoge Raad niet in zal gaan op nader van belanghebbende ingekomen stukken.
Daarenboven is namens belanghebbende een verzoek om wraking ingediend.
Bij beslissing van 5 december 2014, nr. 14/05387 is het verzoek tot wraking afgewezen. Voorts heeft de Hoge Raad in zijn beslissing bepaald dat een volgend verzoek tot wraking in de onderhavige zaak niet in behandeling wordt genomen.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2014.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 122 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.