Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:3123
2014-11-07
Civiel recht
14/04526
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:3123 → ECLI:NL:PHR:2014:1818 gevolgd
Inhoudsindicatie
Cassatie. Verzoek van belanghebbende tot cassatie in belang der wet; niet-ontvankelijkheid. Geen rechtsmiddel tegen beslissing Regionaal Tuchtcollege Gezondheidszorg op wrakingsverzoek; art. 63 Wet BIG, art. 515 Sv.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:HR:2015:419 Hoge Raad 20-02-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:2963 Parket bij de Hoge Raad 23-12-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (1.710 tekens)
7 november 2014
Eerste Kamer
nr. 14/04526
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beslissing met nummer 2013/375wr en 2013/376wr van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam van 10 december 2013.
De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft [verzoeker] cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest is aan deze bechikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieverzoek aan de Hoge Raad.
3Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
[verzoeker] is niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.1-2.3.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 7 november 2014.
Eerste Kamer
nr. 14/04526
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beslissing met nummer 2013/375wr en 2013/376wr van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam van 10 december 2013.
De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft [verzoeker] cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest is aan deze bechikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieverzoek aan de Hoge Raad.
3Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
[verzoeker] is niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.1-2.3.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 7 november 2014.