Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:2989
2014-10-17
Civiel recht
13/04002
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2014:2989 → ECLI:NL:GHDHA:2013:1052 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:2989 → ECLI:NL:PHR:2014:1742 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Koop viool. Non-conformiteit. Vorderingen tot ongedaanmaking. Beroep op (buitengerechtelijke) ontbinding in inleidende dagvaarding? Uitleg lichaam en petitum dagvaarding. Waardering getuigen- en deskundigenbewijs.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.399 tekens)
17 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04002
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
1. [eiseres 1],gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2],wonende te [woonplaats],
3. [eiseres 3],wonende te [woonplaats],
4. De gezamenlijke erven van de voormalig vennoot [betrokkene 1],destijds wonende te [woonplaats]
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 340887/HA ZA 09-2090 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 augustus 2009, 3 maart 2010 en 26 januari 2011;
b. de arresten in de zaak 200.082.743/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 mei 2011, 23 april 2013 en 14 mei 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 23 april 2013 en 14 mei 2013 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 oktober 2014.
Eerste Kamer
nr. 13/04002
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
1. [eiseres 1],gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2],wonende te [woonplaats],
3. [eiseres 3],wonende te [woonplaats],
4. De gezamenlijke erven van de voormalig vennoot [betrokkene 1],destijds wonende te [woonplaats]
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[verweerster],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 340887/HA ZA 09-2090 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 augustus 2009, 3 maart 2010 en 26 januari 2011;
b. de arresten in de zaak 200.082.743/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 mei 2011, 23 april 2013 en 14 mei 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van 23 april 2013 en 14 mei 2013 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 oktober 2014.