Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:2766
2014-09-23
Strafrecht
13/01948
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Herstelarrest. HR brengt verbeteringen aan in ECLI:NL:HR:2014:1691.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2026:837 Parket bij de Hoge Raad 01-09-2026
- ECLI:NL:PHR:2016:492 Parket bij de Hoge Raad 26-04-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (2.247 tekens)
23 september 2014
Strafkamer
nr. 13/01948
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 5 maart 2013, nummer 21/002497-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1De procesgang in cassatie
1.1.
De Hoge Raad heeft in deze zaak bij arrest van 8 juli 2014 de bestreden uitspraak vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, de zaak teruggewezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaren, zittingsplaats Arnhem opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.
1.2.
In dat arrest is abusievelijk niet de beoordeling opgenomen van het eerste middel en is onder '3. Slotsom' vermeld dat "hetgeen hiervoor is overwogen meebrengt dat het eerste middel geen bespreking behoeft". Daarom dient het arrest van 8 juli 2014 als volgt te worden gelezen:
3 Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling
4 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
Met vernummering van '4. Beslissing’ tot '5'.
2Beslissing
De Hoge Raad:
bepaalt dat het in deze zaak op 8 juli 2014 uitgesproken arrest moet worden gelezen met inachtneming van de hiervoor vermelde verbeteringen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2014.
Strafkamer
nr. 13/01948
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 5 maart 2013, nummer 21/002497-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1De procesgang in cassatie
1.1.
De Hoge Raad heeft in deze zaak bij arrest van 8 juli 2014 de bestreden uitspraak vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging, de zaak teruggewezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwaren, zittingsplaats Arnhem opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.
1.2.
In dat arrest is abusievelijk niet de beoordeling opgenomen van het eerste middel en is onder '3. Slotsom' vermeld dat "hetgeen hiervoor is overwogen meebrengt dat het eerste middel geen bespreking behoeft". Daarom dient het arrest van 8 juli 2014 als volgt te worden gelezen:
3 Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling
4 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
Met vernummering van '4. Beslissing’ tot '5'.
2Beslissing
De Hoge Raad:
bepaalt dat het in deze zaak op 8 juli 2014 uitgesproken arrest moet worden gelezen met inachtneming van de hiervoor vermelde verbeteringen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2014.