Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2014:2748

2014-09-09 Strafrecht 13/05740
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-09-09
Publicatiedatum
2014-09-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
13/05740
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2014/1057 | SR-Updates.nl 2014-0358

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag. HR verklaart klager bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk in het beroep.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.794 tekens)
9 september 2014
Strafkamer
nr. S 13/05740 B
BKL

Hoge Raad der Nederlanden




Beschikking



op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 5 november 2013, nummer RK 13/1995, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:



[klager]
, geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1969.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.





2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep


De Rechtbank heeft bij beschikking van 5 november 2013 het klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave van een onder hem inbeslaggenomen personenauto met het Duitse kenteken [001], ongegrond verklaard. Uit door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen, zoals in de conclusie vermeld, blijkt dat de personenauto op 14 januari 2014 is teruggegeven aan de klager. Dit betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking van de Rechtbank zodat hij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.





3Beslissing


De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de griffierS.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2014.