Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2014:2663

2014-09-12 Civiel recht 14/02487
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-09-12
Publicatiedatum
2014-09-11
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
14/02487
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2014/1029 | JWB 2014/332

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Overeenkomst van “uitzet” (bruidsschat). Turks recht. In cassatie kan niet worden geklaagd over uitleg of toepassing van buitenlands recht (art. 79 lid 1, aanhef en onder b, RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.336 tekens)
12 september 2014
Eerste Kamer
14/02487
EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:



[de man],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,



t e g e n




[de vrouw],wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.



Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.





1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 243434 FA RK 11-5838 van de rechtbank Breda van 11 december 2012;
b. de beschikking in de zaak HV 200.121.956/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 februari 2014.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van de man heeft bij brief van 10 juli 2014 op dat standpunt gereageerd.





3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3 en 4).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.





4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 12 september 2014.