Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:250
2014-02-07
Civiel recht
10/04953
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2014:250 → ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ4302 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:250 → ECLI:NL:PHR:2012:2 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Geldlening. Hoger beroep mede ingesteld namens inmiddels overleden partij. Passeren essentiële stellingen? Gemotiveerde betwisting stellingen?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2021:771 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:771 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2017:1697 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-04-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.284 tekens)
7 febrauri 2014
Eerste Kamer
nr. 10/04953
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. De gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaken 83590/HA ZA 03-443 en 111957/HA ZA 06-636 van de rechtbank Maastricht van 9 mei 2007;
b. het arrest in de zaken HD 103.005.392 en 103.005.395 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 1 juni 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.
Eerste Kamer
nr. 10/04953
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. De gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaken 83590/HA ZA 03-443 en 111957/HA ZA 06-636 van de rechtbank Maastricht van 9 mei 2007;
b. het arrest in de zaken HD 103.005.392 en 103.005.395 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 1 juni 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.