Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:1634
2014-07-11
Civiel recht
13/04481
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2014:1634 → ECLI:NL:GHARL:2013:CA2138 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2014:1634 → ECLI:NL:PHR:2014:531 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid financieel adviseur bij oversluiten hypotheek. Verzwaarde motiveringsplicht adviseur? Onbegrijpelijk oordeel?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2015:1975 Parket bij de Hoge Raad 18-09-2015
Volledige tekst
Volledige tekst (2.196 tekens)
11 juli 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04481
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. H.J.W. Alt en B.J. van Dorp,
t e g e n
A&H ADVIES B.V.,gevestigd te Almere,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en A&H.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 174275/HA ZA 10-1046 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 6 oktober 2010 en 23 februari 2011;
b. de arresten in de zaak 200.087.935/01 van het gerechtshof te Arnhem van 8 mei 2012 en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 juni 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen A&H is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 20 juni 2014 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van A&H begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 juli 2014.
Eerste Kamer
nr. 13/04481
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. H.J.W. Alt en B.J. van Dorp,
t e g e n
A&H ADVIES B.V.,gevestigd te Almere,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en A&H.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 174275/HA ZA 10-1046 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 6 oktober 2010 en 23 februari 2011;
b. de arresten in de zaak 200.087.935/01 van het gerechtshof te Arnhem van 8 mei 2012 en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 juni 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen A&H is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 20 juni 2014 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van A&H begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 juli 2014.