Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2014:148

2014-01-24 Civiel recht 13/00821
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-01-24
Publicatiedatum
2014-01-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
13/00821
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2014/198 | JWB 2014/62

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Tijdig voldoen aan klachtplicht. Beroep op art. 6:89 BW naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Aansprakelijkheid onderaannemer jegens opdrachtgever uit onrechtmatige daad? Klachten tegen instandhouding proceskostenveroordeling in eerste aanleg na vernietiging vonnis.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.366 tekens)
24 januari 2014
Eerste Kamer
nr. 13/00821
RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


1. [eiser 1],
2. [eiseres 2],beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. J.A.M.A. Sluysmans en mr. R.L. de Graaff,



t e g e n



1. [verweerster 1],gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.




1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 126674 / HA ZA 05-820 van de rechtbank Arnhem van 3 augustus 2005, 21 september 2005, 26 juli 2006, 31 januari 2007, 25 april 2007, 5 november 2008 en 11 maart 2009;
b. de arresten in de zaak 200.035.110 van het gerechtshof te Arnhem van 1 februari 2011, 4 oktober 2011 en 9 oktober 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen voornoemde arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. K.J.O. Jansen, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt in het principale beroep en het incidentele cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van [eiser] c.s. hebben bij brief van 20 december 2013 op die conclusie gereageerd.





3Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




4Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incidentele beroep:

verwerpt het beroep;
veroordeelt [verweerder] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] c.s. begroot op € 68,07,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.



Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 januari 2014.