Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2014:1313
2014-06-06
Bestuursrecht; Belastingrecht
13/04138
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2014:1313 → ECLI:NL:GHSHE:2013:3761 bekrachtiging/bevestiging
Inhoudsindicatie
Artikel 8:75 en 7:15 Awb. Art. 1, letter a, Besluit proceskosten bestuursrecht. Gemachtigde (vader) behoort tot het huishouden van belanghebbende (dochter). Door gemachtigde verleende rechtsbijstand gaat de gebruikelijke hulp van ouders aan hun kinderen niet te buiten. Rechtsbijstand niet op zakelijke basis verleend (HR BNB 2012/317).
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2012:BY0531 Hoge Raad 19-10-2012
Geciteerd door (12)
- ECLI:NL:RBNNE:2026:1872 Rechtbank Noord-Nederland 19-05-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2025:1456 Rechtbank Amsterdam 04-03-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:223 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14-01-2025
- ECLI:NL:GHARL:2020:2777 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-03-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:642 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:643 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:641 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:657 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-02-2020
- ECLI:NL:RBOBR:2019:2597 Rechtbank Oost-Brabant 09-05-2019
- ECLI:NL:RBOBR:2019:1255 Rechtbank Oost-Brabant 04-03-2019
- ECLI:NL:RBOBR:2019:1262 Rechtbank Oost-Brabant 04-03-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1343 Gerechtshof Den Haag 10-05-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (3.326 tekens)
6 juni 2014
nr. 13/04138
Hoge Raad der Nederlanden
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 augustus 2013, nr. 12/00843, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Roermond (nr. AWB 12/463) betreffende van belanghebbende geheven leges. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
2.1.
Belanghebbende is minderjarig. Haar moeder (hierna: de moeder) is haar wettelijke vertegenwoordiger. De partner van de moeder, die belanghebbende als kind heeft erkend, treedt in de onderhavige procedure op als gemachtigde van belanghebbende (hierna: de gemachtigde). Zowel de moeder als de gemachtigde heeft het ouderlijk gezag over belanghebbende.
2.2.
De Rechtbank heeft geen termen aanwezig geacht om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten. Hiertoe heeft de Rechtbank overwogen (i) dat sprake is van een familierelatie en het gezamenlijk voeren van een huishouding door belanghebbende, de moeder en de gemachtigde, (ii) dat in deze omstandigheden in beginsel moet worden aangenomen dat de rechtsbijstand niet op zakelijke basis is verleend en (iii) dat zij in deze zaak geen reden heeft om tot een ander oordeel te komen.
2.3.
Het Hof heeft zich bij de overwegingen van de Rechtbank aangesloten. In dit oordeel ligt kennelijk besloten dat de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand de gebruikelijke hulp tussen ouders en kinderen niet te buiten ging en dat om die reden niet kan worden aangenomen dat deze rechtsbijstand op zakelijke basis is verleend. Aldus opgevat geeft dit oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting (zie HR 19 oktober 2012, nr. 11/04773, ECLI:NL:HR:2012:BY0531, BNB 2012/317; vgl. ook HR 16 september 1981, nr. 20684, BNB 1981/296). Het oordeel is ook niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Het derde middel, dat zich hiertegen richt, is derhalve ongegrond.
2.4.
De overige middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu die middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2014.
nr. 13/04138
Hoge Raad der Nederlanden
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 augustus 2013, nr. 12/00843, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Roermond (nr. AWB 12/463) betreffende van belanghebbende geheven leges. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weert (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
2.1.
Belanghebbende is minderjarig. Haar moeder (hierna: de moeder) is haar wettelijke vertegenwoordiger. De partner van de moeder, die belanghebbende als kind heeft erkend, treedt in de onderhavige procedure op als gemachtigde van belanghebbende (hierna: de gemachtigde). Zowel de moeder als de gemachtigde heeft het ouderlijk gezag over belanghebbende.
2.2.
De Rechtbank heeft geen termen aanwezig geacht om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten. Hiertoe heeft de Rechtbank overwogen (i) dat sprake is van een familierelatie en het gezamenlijk voeren van een huishouding door belanghebbende, de moeder en de gemachtigde, (ii) dat in deze omstandigheden in beginsel moet worden aangenomen dat de rechtsbijstand niet op zakelijke basis is verleend en (iii) dat zij in deze zaak geen reden heeft om tot een ander oordeel te komen.
2.3.
Het Hof heeft zich bij de overwegingen van de Rechtbank aangesloten. In dit oordeel ligt kennelijk besloten dat de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand de gebruikelijke hulp tussen ouders en kinderen niet te buiten ging en dat om die reden niet kan worden aangenomen dat deze rechtsbijstand op zakelijke basis is verleend. Aldus opgevat geeft dit oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting (zie HR 19 oktober 2012, nr. 11/04773, ECLI:NL:HR:2012:BY0531, BNB 2012/317; vgl. ook HR 16 september 1981, nr. 20684, BNB 1981/296). Het oordeel is ook niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. Het derde middel, dat zich hiertegen richt, is derhalve ongegrond.
2.4.
De overige middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu die middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2014.