Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2014:1068

2014-05-02 Civiel recht 14/00149
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2014-05-02
Publicatiedatum
2014-05-01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
14/00149
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2014/657 | JWB 2014/220

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Jeugdrecht. Ondertoezichtstelling. Volgt uit beëindiging plaatsing in gesloten inrichting schadevergoedingsplicht voort uit art. 5 lid 5 EVRM? Stelplicht. Belang.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.465 tekens)
2 mei 2014
Eerste Kamer
nr. 14/00149
EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


1. [de jeugdige],wonende te [woonplaats], thans verblijvende in het Transferium te Heerhugowaard,
2. [de vader],wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,



t e g e n



STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-HOLLAND,gevestigd te Haarlem,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.





Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de jeugdige en haar vader en de Stichting.





1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/15/204781/JU RK 13-709 van de rechtbank Noord-Holland van 23 augustus 2013;
b. de beschikking in de zaak 200.133.132/01 en 200.133.132/02 van het gerechtshof Amsterdam van 7 oktober 2013.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben de jeugdige en haar vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Stichting heeft geen verweerschrift ingediend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekers in hun cassatieberoep, op grond van art. 80a lid 1 RO.


3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 5-9).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.





4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 2 mei 2014.