Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:CA3737

2013-07-12 Civiel recht 13/01967
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-07-12
Publicatiedatum
2013-06-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
13/01967
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2013/899 | JWB 2013/403 | JVggz 2013/39 met annotatie van Redactie

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Bopz. Machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis. Ontslagverzoek op de voet van art. 49 lid 5 Wet Bopz.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.093 tekens)
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 13/01967
EE/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:



[betrokkene],thans verblijvende in de Dr. Henri van de Hoevenkliniek te Utrecht,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Spans.



Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als betrokkene.





1Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 332448/FA RK 12-6721 van de rechtbank Utrecht van 29 november 2012.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.





2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Hij heeft voorts hetzelfde rekest als ‘herzieningsverzoek’ ingediend.Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeken.





3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3-5).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.





4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.


Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.