Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:CA3724
2013-07-12
Civiel recht
12/02366
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:CA3724 → ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7787 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:CA3724 → ECLI:NL:PHR:2013:CA3724 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Executoriale verkoop dressuurpaard. Non-conformiteit. Art. 7:19 BW. Misleiding of bedrog? Art. 3:44 lid 3 BW. Klachtplicht, art. 7:23 BW. Art. 6:248 lid 2 BW. Aan wie moet de klacht worden gericht ingeval van vertegenwoordiging? Klachttermijn.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.082 tekens)
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/02366
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats], Frankrijk,
2. De vennootschap naar Frans recht S.A.R.L. HARAS DE HUS,gevestigd te Petit Mars, Nantes, Frankrijk,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
ING BANK N.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en ING.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 351360/HA ZA 06-3024 van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2007 en 8 augustus 2007;
de arresten in de zaak 106.007.352/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 oktober 2009 en 6 december 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. ING heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat en mr. M.L. Blackstone, advocaat te Deventer. Voor ING is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. A. van Loon, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 14 juni 2013, verbeterd bij brief van 15 juni 2013, op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.
Eerste Kamer
nr. 12/02366
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],wonende te [woonplaats], Frankrijk,
2. De vennootschap naar Frans recht S.A.R.L. HARAS DE HUS,gevestigd te Petit Mars, Nantes, Frankrijk,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
ING BANK N.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en ING.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 351360/HA ZA 06-3024 van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2007 en 8 augustus 2007;
de arresten in de zaak 106.007.352/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 oktober 2009 en 6 december 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. ING heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat en mr. M.L. Blackstone, advocaat te Deventer. Voor ING is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. A. van Loon, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 14 juni 2013, verbeterd bij brief van 15 juni 2013, op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.