Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:CA3724

2013-07-12 Civiel recht 12/02366
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-07-12
Publicatiedatum
2013-06-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
12/02366
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2013/896 | JWB 2013/374

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Executoriale verkoop dressuurpaard. Non-conformiteit. Art. 7:19 BW. Misleiding of bedrog? Art. 3:44 lid 3 BW. Klachtplicht, art. 7:23 BW. Art. 6:248 lid 2 BW. Aan wie moet de klacht worden gericht ingeval van vertegenwoordiging? Klachttermijn.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.082 tekens)
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/02366
EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


1. [eiser 1],wonende te [woonplaats], Frankrijk,
2. De vennootschap naar Frans recht S.A.R.L. HARAS DE HUS,gevestigd te Petit Mars, Nantes, Frankrijk,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. M.E. Bruning,



t e g e n



ING BANK N.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.



Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en ING.





1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:


de vonnissen in de zaak 351360/HA ZA 06-3024 van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2007 en 8 augustus 2007;


de arresten in de zaak 106.007.352/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 oktober 2009 en 6 december 2011.


De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. ING heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat en mr. M.L. Blackstone, advocaat te Deventer. Voor ING is de zaak toegelicht door haar advocaat en mr. A. van Loon, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 14 juni 2013, verbeterd bij brief van 15 juni 2013, op die conclusie gereageerd.





3Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.





4Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.



Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.