Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:CA0730
2013-07-12
Civiel recht
12/05348
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:CA0730 → ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3163 bekrachtiging/bevestiging
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:CA0730 → ECLI:NL:GHAMS:2012:BV8907 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:CA0730 → ECLI:NL:PHR:2013:CA0730 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Koop bouwkavel. Schade kopers als gevolg van onrechtmatige gedragingen verkoper? Passeren bewijsaanbod.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.114 tekens)
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 12/05348
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, VERWEERDERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. J.F. de Groot en mr. P.A. Fruytier,
t e g e n
De erfgenamen van [betrokkene 1], overleden op 18 april 2010,
VERWEERDERS in cassatie, EISERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. A. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [betrokkene 1].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 159947/HA ZA 09-1059 van de rechtbank Haarlem van 23 september 2009 en 13 oktober 2010;
de arresten in de zaak 200.081.237/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 7 februari 2012 en 31 juli 2012.
Het arrest van het hof van 31 juli 2012 is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 31 juli 2012 heeft [eisers] beroep in cassatie ingesteld. [betrokkene 1] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eisers] mede door mr. A. van Loon, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het principale beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaten van [eisers] hebben bij brief van 31 mei 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [betrokkene 1] begroot op € 1.886,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.
Eerste Kamer
nr. 12/05348
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, VERWEERDERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. J.F. de Groot en mr. P.A. Fruytier,
t e g e n
De erfgenamen van [betrokkene 1], overleden op 18 april 2010,
VERWEERDERS in cassatie, EISERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. A. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [betrokkene 1].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de vonnissen in de zaak 159947/HA ZA 09-1059 van de rechtbank Haarlem van 23 september 2009 en 13 oktober 2010;
de arresten in de zaak 200.081.237/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 7 februari 2012 en 31 juli 2012.
Het arrest van het hof van 31 juli 2012 is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 31 juli 2012 heeft [eisers] beroep in cassatie ingesteld. [betrokkene 1] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eisers] mede door mr. A. van Loon, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het principale beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaten van [eisers] hebben bij brief van 31 mei 2013 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [betrokkene 1] begroot op € 1.886,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.