Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:CA0050

2013-06-14 Civiel recht 13/00851
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-06-14
Publicatiedatum
2013-06-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
13/00851
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2013/800 | JWB 2013/308

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Procesrecht. Verzoek voorlopig deskundigenonderzoek; art. 202 Rv. Appelverbod van art. 204 lid 2 Rv. Beoordeling gestelde doorbrekingsgronden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.436 tekens)
14 juni 2013
Eerste Kamer
13/00851
TT/DH


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.M. van der Zwan,


t e g e n


1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 400704/HA RK 11-458 van de rechtbank ´s-Gravenhage van 9 februari 2012 en 29 februari 2012;
b. de beschikking in de zaak 200.105.495/01 van het gerechtshof te ´s-Gravenhage van 20 november 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 24 mei 2013 op dit standpunt gereageerd.


3. Beoordeling van de ontvankelijkheid


De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 14 juni 2013.