Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:BZ3626
2013-03-12
Strafrecht
11/01972
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:BZ3626 → ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0761 (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:BZ3626 → ECLI:NL:PHR:2013:BZ3626
Inhoudsindicatie
Art. 285b.1 Sr. Belaging. De bewezenverklaring is ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen over de gedragingen van verdachte niet meer inhouden dan dat de aangeefster per sms “vele bedreigingen” van verdachte heeft ontvangen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (80)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:22285 Rechtbank Den Haag 21-11-2025
- ECLI:NL:HR:2025:1557 Hoge Raad 14-10-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:924 Parket bij de Hoge Raad 02-09-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:924 Parket bij de Hoge Raad 02-09-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:8507 Rechtbank Noord-Holland 21-07-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:519 Parket bij de Hoge Raad 13-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:389 Parket bij de Hoge Raad 01-04-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:389 Parket bij de Hoge Raad 01-04-2025
- ECLI:NL:GHDHA:2025:158 Gerechtshof Den Haag 11-02-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:190 Parket bij de Hoge Raad 11-02-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:3120 Rechtbank Noord-Holland 23-01-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:168 Gerechtshof Amsterdam 21-01-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2024:2839 Gerechtshof Amsterdam 10-10-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:779 Gerechtshof Den Haag 30-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:198 Parket bij de Hoge Raad 09-01-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:8593 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 08-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1008 Parket bij de Hoge Raad 21-11-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1800 Gerechtshof Den Haag 14-09-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1259 Gerechtshof Den Haag 20-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:256 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2023
- ECLI:NL:HR:2023:4 Hoge Raad 10-01-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1208 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1182 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1257 Parket bij de Hoge Raad 06-12-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1047 Parket bij de Hoge Raad 15-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1006 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:291 Parket bij de Hoge Raad 29-03-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:210 Gerechtshof Den Haag 16-02-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:27 Gerechtshof Den Haag 13-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1165 Parket bij de Hoge Raad 21-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1165 Parket bij de Hoge Raad 21-12-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2021:2676 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 11-08-2021
- ECLI:NL:RBDHA:2021:17294 Rechtbank Den Haag 22-07-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:821 Parket bij de Hoge Raad 29-06-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2021:1714 Gerechtshof Amsterdam 11-06-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:402 Parket bij de Hoge Raad 20-04-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2021:3005 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12-04-2021
- ECLI:NL:HR:2021:418 Hoge Raad 30-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:265 Parket bij de Hoge Raad 30-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:250 Parket bij de Hoge Raad 16-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:46 Parket bij de Hoge Raad 19-01-2021
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3456 Gerechtshof Amsterdam 17-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1091 Parket bij de Hoge Raad 29-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:537 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:537 Parket bij de Hoge Raad 02-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1285 Parket bij de Hoge Raad 10-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:656 Parket bij de Hoge Raad 23-04-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:656 Parket bij de Hoge Raad 23-04-2019
- ECLI:NL:RBMNE:2018:5011 Rechtbank Midden-Nederland 16-10-2018
- ECLI:NL:HR:2018:1949 Hoge Raad 16-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1242 Parket bij de Hoge Raad 18-09-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:587 Parket bij de Hoge Raad 12-06-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:587 Parket bij de Hoge Raad 12-06-2018
- ECLI:NL:HR:2018:392 Hoge Raad 20-03-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:65 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:65 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:3534 Rechtbank Rotterdam 24-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:1489 Parket bij de Hoge Raad 07-11-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1477 Parket bij de Hoge Raad 07-11-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:1489 Parket bij de Hoge Raad 07-11-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (4.775 tekens)
12 maart 2013
Strafkamer
nr. S 11/01972
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 maart 2011, nummer 22/005094-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.J. Sol, advocaat te Terneuzen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"zij in de periode van 01 oktober 2008 tot en met 15 januari 2009 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [betrokkene 1], met het oogmerk [betrokkene 1] te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen, immers heeft zij, verdachte [betrokkene 1] meermalen een sms bericht gestuurd."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
"1. Het proces-verbaal van aangifte van de regiopolitie Zeeland, team Axel, nr. PL196E/08-109678, d.d. 10 december 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
als de op 10 december 2008 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
In de periode van 1 oktober 2008 tot en met 10 december 2008 ben ik stelselmatig belaagd door [verdachte]. Zij heeft in die periode in Nederland wederrechtelijk en stelselmatig inbreuk gemaakt op mijn levenssfeer met het oogmerk mij te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen. Na de dood van mijn ex-man [betrokkene 2] op 1 oktober 2008 kreeg ik van haar vele bedreigingen naar mijn hoofd geslingerd middels SMS berichten op mijn telefoonnummer 06-[001]. Ik heb op geen enkele van deze SMS berichten gereageerd. In verband met de sms'jes ben ik zeer angstig geworden dat een lid van de familie [van verdachte] mij of mijn kinderen wat zal aandoen.
2. Het proces-verbaal van verhoor van aangever van de regiopolitie Zeeland, team Axel, nr. PL196E/08-109678, d.d. 15 januari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
als de op 15 januari 2009 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
Ik word na 10 december 2008 nog steeds stelselmatig lastiggevallen door [verdachte]. Ik heb tot eergisteren nog sms-berichten op mijn GSM ontvangen.
3. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2011:
Het klopt dat ik in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 15 januari 2009 in Nederland meerdere malen sms-berichten via mijn telefoon met het telefoonnummer 06[002] heb gestuurd naar [betrokkene 1]. Na mijn gesprek op 25 oktober 2008 met de politieambtenaar [verbalisant 1] heb ik nog sms-berichten naar haar gestuurd. Ik heb [betrokkene 1] die berichten gestuurd uit frustratie."
2.3. Vooropgesteld moet worden dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr van belang zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
2.4. In het licht hiervan is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen over de aard van de gedragingen van de verdachte niet meer inhouden dan dat de aangeefster per sms "vele bedreigingen" van de verdachte heeft ontvangen.
2.5. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 maart 2013.
Strafkamer
nr. S 11/01972
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 maart 2011, nummer 22/005094-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.J. Sol, advocaat te Terneuzen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"zij in de periode van 01 oktober 2008 tot en met 15 januari 2009 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [betrokkene 1], met het oogmerk [betrokkene 1] te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen, immers heeft zij, verdachte [betrokkene 1] meermalen een sms bericht gestuurd."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
"1. Het proces-verbaal van aangifte van de regiopolitie Zeeland, team Axel, nr. PL196E/08-109678, d.d. 10 december 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
als de op 10 december 2008 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
In de periode van 1 oktober 2008 tot en met 10 december 2008 ben ik stelselmatig belaagd door [verdachte]. Zij heeft in die periode in Nederland wederrechtelijk en stelselmatig inbreuk gemaakt op mijn levenssfeer met het oogmerk mij te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen. Na de dood van mijn ex-man [betrokkene 2] op 1 oktober 2008 kreeg ik van haar vele bedreigingen naar mijn hoofd geslingerd middels SMS berichten op mijn telefoonnummer 06-[001]. Ik heb op geen enkele van deze SMS berichten gereageerd. In verband met de sms'jes ben ik zeer angstig geworden dat een lid van de familie [van verdachte] mij of mijn kinderen wat zal aandoen.
2. Het proces-verbaal van verhoor van aangever van de regiopolitie Zeeland, team Axel, nr. PL196E/08-109678, d.d. 15 januari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
als de op 15 januari 2009 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
Ik word na 10 december 2008 nog steeds stelselmatig lastiggevallen door [verdachte]. Ik heb tot eergisteren nog sms-berichten op mijn GSM ontvangen.
3. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2011:
Het klopt dat ik in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 15 januari 2009 in Nederland meerdere malen sms-berichten via mijn telefoon met het telefoonnummer 06[002] heb gestuurd naar [betrokkene 1]. Na mijn gesprek op 25 oktober 2008 met de politieambtenaar [verbalisant 1] heb ik nog sms-berichten naar haar gestuurd. Ik heb [betrokkene 1] die berichten gestuurd uit frustratie."
2.3. Vooropgesteld moet worden dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr van belang zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
2.4. In het licht hiervan is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen over de aard van de gedragingen van de verdachte niet meer inhouden dan dat de aangeefster per sms "vele bedreigingen" van de verdachte heeft ontvangen.
2.5. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 maart 2013.