Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:BZ2903

2013-04-12 Civiel recht 12/05992
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-04-12
Publicatiedatum
2013-04-08
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
12/05992
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2013/559 | JWB 2013/208

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Maakt erfenis deel uit van na echtscheiding te verdelen huwelijksgoederengemeenschap?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.346 tekens)
12 april 2013
Eerste Kamer
12/05992
RM/DH


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M. Bouman,


t e g e n


[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 371204/FA RK 07-3920 van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2007, 9 april 2008, 27 augustus 2008, 6 mei 2009,
31 augustus 2010, 1 juni 2011, 26 oktober 2011 en 14 december 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.099.770/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 18 september 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikking van het hof van 18 september 2012 heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.


3. Beoordeling van de ontvankelijkheid


De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2 en 3).
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 april 2013.