Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:BZ2782

2013-03-01 Civiel recht 12/03985
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-03-01
Publicatiedatum
2013-04-08
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
12/03985
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2013/336 | JWB 2013/122

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Faillissement. Art. 69 Fw. Beschikking rechter-commissaris aangaande redelijke termijn als bedoeld in art. 58 lid 1 Fw.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.973 tekens)
1 maart 2013
Eerste Kamer
12/03985
TT/AS


Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:


COÖPERATIEVE RABOBANK PARKSTAD LIMBURG U.A.,
gevestigd en kantoorhoudende te Heerlen,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. B. Winters,


t e g e n


Mr. F.H.C. AARTS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1],
kantoorhoudende te Heerlen,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Bank en de curator.

1. Het geding in feitelijke instantie


Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak F 12/99 F van de rechtbank Maastricht van 2 juli 2012 en 5 juli 2012.
De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen de beschikkingen van de rechtbank heeft de Bank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Bank heeft bij brief van 1 februari 2013 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 maart 2013.