Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:BZ1058
2013-05-03
Civiel recht
12/04582
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:BZ1058 → ECLI:NL:PHR:2013:BZ1058
Inhoudsindicatie
Verzoek tot faillietverklaring. Bestaan steunvordering, faillissementstoestand, art. 6 lid 3 Fw. Na mondelinge behandeling maar voor uitspraak ingekomen verklaring, mogelijkheid tot heropening van de behandeling, motiveringsplicht rechter gelet op ingrijpende gevolgen faillissement, toetsing ex nunc.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (57)
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1182 Gerechtshof Amsterdam 28-04-2026
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1182 Gerechtshof Amsterdam 28-04-2026
- ECLI:NL:GHAMS:2025:3227 Gerechtshof Amsterdam 25-11-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:285 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:285 Parket bij de Hoge Raad 07-03-2025
- ECLI:NL:OGHACMB:2024:174 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30-07-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:703 Parket bij de Hoge Raad 28-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:200 Parket bij de Hoge Raad 23-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:962 Parket bij de Hoge Raad 29-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:962 Parket bij de Hoge Raad 29-09-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:641 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:641 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:640 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:640 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1107 Parket bij de Hoge Raad 25-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:1107 Parket bij de Hoge Raad 25-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:851 Parket bij de Hoge Raad 23-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:851 Parket bij de Hoge Raad 23-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:851 Parket bij de Hoge Raad 23-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:851 Parket bij de Hoge Raad 23-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:851 Parket bij de Hoge Raad 23-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:851 Parket bij de Hoge Raad 23-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:851 Parket bij de Hoge Raad 23-09-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2824 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 16-08-2022
- ECLI:NL:OGHACMB:2022:122 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 06-05-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:1739 Rechtbank Rotterdam 03-03-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2020:3021 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-10-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2002 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-07-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:1998 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-07-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2005 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-07-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2001 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-07-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2003 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-07-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2006 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-07-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2008 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-07-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2004 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 02-07-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:647 Parket bij de Hoge Raad 26-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:215 Parket bij de Hoge Raad 06-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:204 Parket bij de Hoge Raad 28-02-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1353 Parket bij de Hoge Raad 20-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1398 Parket bij de Hoge Raad 13-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1065 Parket bij de Hoge Raad 20-09-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:661 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-01-2019
- ECLI:NL:HR:2018:774 Hoge Raad 25-05-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:2124 Rechtbank Rotterdam 15-03-2018
- ECLI:NL:RBROT:2018:2127 Rechtbank Rotterdam 15-03-2018
- ECLI:NL:PHR:2017:664 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2017
- ECLI:NL:RBNNE:2017:381 Rechtbank Noord-Nederland 08-02-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:41 Parket bij de Hoge Raad 03-02-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:41 Parket bij de Hoge Raad 03-02-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:41 Parket bij de Hoge Raad 03-02-2017
- ECLI:NL:GHAMS:2016:3318 Gerechtshof Amsterdam 05-04-2016
- ECLI:NL:GHAMS:2016:1497 Gerechtshof Amsterdam 05-04-2016
- ECLI:NL:GHSHE:2015:3641 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17-09-2015
- ECLI:NL:HR:2015:1473 Hoge Raad 05-06-2015
- ECLI:NL:PHR:2013:985 Parket bij de Hoge Raad 18-10-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:985 Parket bij de Hoge Raad 18-10-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:985 Parket bij de Hoge Raad 18-10-2013
Volledige tekst
Volledige tekst (5.174 tekens)
3 mei 2013
Eerste Kamer
12/04582
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. J.P. Heering en mr. M.A.M. Essed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 249120/FT-RK 12.1061 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 31 juli 2012;
b. het arrest in de zaak 200.111.235/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 september 2012, verbeterd bij arrest van 15 oktober 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep en de zaak schriftelijk toegelicht.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 14 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
3.1 [Verweerster] verzoekt in deze procedure [verzoeker] in staat van faillissement te verklaren. Dat verzoek is door de rechtbank afgewezen.
Het hof heeft [verzoeker] alsnog in staat van faillissement verklaard. Daartoe heeft het overwogen dat vaststaat dat [verzoeker] twee omvangrijke vorderingen van [verweerster], waarvan het bestaan summierlijk is gebleken, onbetaald laat (rov. 3.4.1-3.4.2 van zijn arrest) en dat ook het bestaan van een steunvordering is gegeven nu [verzoeker] een schuld heeft aan Synapsis B.V. (hierna: Synapsis) (rov. 3.4.3). Het hof heeft hieruit afgeleid dat [verzoeker] verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen (rov. 3.4.5).
3.2 Het middel voert onder meer aan dat [verzoeker] na de mondelinge behandeling in hoger beroep een fax aan het hof heeft gezonden met een verklaring van de advocaat van Synapsis waaruit blijkt dat de vordering van Synapsis op [verzoeker] inmiddels integraal is voldaan.
Het middel klaagt dat het hof ten onrechte aan deze fax, die het heeft ontvangen voordat het uitspraak deed, is voorbijgegaan. Het betoogt daartoe onder andere (onder 2.2) dat de faillissementsrechter ex nunc dient te beoordelen of de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.
3.3 De in het middel bedoelde fax dateert van na de mondelinge behandeling in hoger beroep, toen de behandeling van de zaak al gesloten was. In zodanig geval mag de rechter in beginsel een dergelijke fax terzijde leggen, zonder daarvan verder kennis te nemen. Partijen hebben evenwel de mogelijkheid om heropening van de behandeling van de zaak te vragen, bijvoorbeeld indien nieuwe feiten of bewijsmateriaal daartoe aanleiding geven. De rechter zal in de regel aan een hierop gericht verzoek kunnen voorbijgaan op de grond dat hij voor heropening geen aanleiding ziet. Mede in verband met de proceseconomie behoeft de rechter die beslissing niet te motiveren.
Het vorenstaande kan echter anders zijn indien het een procedure betreft, zoals de procedure tot faillietverklaring, waarin de rechter zijn beslissing dient te baseren op de toestand ten tijde van zijn uitspraak. Afhankelijk van de gronden die voor het verzoek tot heropening worden aangevoerd, kan de rechter dan bij afwijzing van het verzoek gehouden zijn die beslissing te motiveren.
In dit geval is door [verzoeker] bij de fax aangevoerd, en onderbouwd met een daarbij meegezonden verklaring van de advocaat van Synapsis, dat de voor de faillietverklaring noodzakelijke steunvordering van Synapsis inmiddels niet meer bestond en dat het faillissement dus niet diende te worden uitgesproken. Mede in aanmerking genomen dat het uitspreken van een faillissement ingrijpende gevolgen heeft, had het hof de fax, gelet op de inhoud daarvan, moeten opvatten als een verzoek tot heropening van de behandeling en op dat verzoek gemotiveerd moeten beslissen.
3.4 Uit het vorenstaande volgt dat de klacht gegrond is. De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 september 2012;
verwijst de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 3 mei 2013.
Eerste Kamer
12/04582
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. J.P. Heering en mr. M.A.M. Essed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 249120/FT-RK 12.1061 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 31 juli 2012;
b. het arrest in de zaak 200.111.235/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 september 2012, verbeterd bij arrest van 15 oktober 2012.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep en de zaak schriftelijk toegelicht.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 14 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
3.1 [Verweerster] verzoekt in deze procedure [verzoeker] in staat van faillissement te verklaren. Dat verzoek is door de rechtbank afgewezen.
Het hof heeft [verzoeker] alsnog in staat van faillissement verklaard. Daartoe heeft het overwogen dat vaststaat dat [verzoeker] twee omvangrijke vorderingen van [verweerster], waarvan het bestaan summierlijk is gebleken, onbetaald laat (rov. 3.4.1-3.4.2 van zijn arrest) en dat ook het bestaan van een steunvordering is gegeven nu [verzoeker] een schuld heeft aan Synapsis B.V. (hierna: Synapsis) (rov. 3.4.3). Het hof heeft hieruit afgeleid dat [verzoeker] verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen (rov. 3.4.5).
3.2 Het middel voert onder meer aan dat [verzoeker] na de mondelinge behandeling in hoger beroep een fax aan het hof heeft gezonden met een verklaring van de advocaat van Synapsis waaruit blijkt dat de vordering van Synapsis op [verzoeker] inmiddels integraal is voldaan.
Het middel klaagt dat het hof ten onrechte aan deze fax, die het heeft ontvangen voordat het uitspraak deed, is voorbijgegaan. Het betoogt daartoe onder andere (onder 2.2) dat de faillissementsrechter ex nunc dient te beoordelen of de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.
3.3 De in het middel bedoelde fax dateert van na de mondelinge behandeling in hoger beroep, toen de behandeling van de zaak al gesloten was. In zodanig geval mag de rechter in beginsel een dergelijke fax terzijde leggen, zonder daarvan verder kennis te nemen. Partijen hebben evenwel de mogelijkheid om heropening van de behandeling van de zaak te vragen, bijvoorbeeld indien nieuwe feiten of bewijsmateriaal daartoe aanleiding geven. De rechter zal in de regel aan een hierop gericht verzoek kunnen voorbijgaan op de grond dat hij voor heropening geen aanleiding ziet. Mede in verband met de proceseconomie behoeft de rechter die beslissing niet te motiveren.
Het vorenstaande kan echter anders zijn indien het een procedure betreft, zoals de procedure tot faillietverklaring, waarin de rechter zijn beslissing dient te baseren op de toestand ten tijde van zijn uitspraak. Afhankelijk van de gronden die voor het verzoek tot heropening worden aangevoerd, kan de rechter dan bij afwijzing van het verzoek gehouden zijn die beslissing te motiveren.
In dit geval is door [verzoeker] bij de fax aangevoerd, en onderbouwd met een daarbij meegezonden verklaring van de advocaat van Synapsis, dat de voor de faillietverklaring noodzakelijke steunvordering van Synapsis inmiddels niet meer bestond en dat het faillissement dus niet diende te worden uitgesproken. Mede in aanmerking genomen dat het uitspreken van een faillissement ingrijpende gevolgen heeft, had het hof de fax, gelet op de inhoud daarvan, moeten opvatten als een verzoek tot heropening van de behandeling en op dat verzoek gemotiveerd moeten beslissen.
3.4 Uit het vorenstaande volgt dat de klacht gegrond is. De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 september 2012;
verwijst de zaak ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 3 mei 2013.