Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:BY8046

2013-01-04 Bestuursrecht 11/00762
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-01-04
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
11/00762
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2011/2574 | V-N Vandaag 2013/15 | V-N 2013/3.16 | BNB 2013/77 met annotatie van P.G.H. Albert | NTFR 2013/60

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Vennootschapsbelasting. Art. 8, lid 1, Wet Vpb 1969. Art. 7 Wet IB 1964. Winstoverheveling. Hof: winst uit handelstransacties, verricht door de bestuurder van belanghebbende en die wordt verantwoord bij Zwitserse zuster-AG is in feite winst van belanghebbende. Artikel 81, lid 1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.429 tekens)
4 januari 2013


nr. 11/00762



Arrest



gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 januari 2011, nr. 05/00727, betreffende (navorderings)aanslagen in de vennootschapsbelasting.


1. Het geding in feitelijke instantie


Aan belanghebbende zijn over de jaren 1996 (twee maal), 1997 en 1998 navorderingsaanslagen in de vennootschapsbelasting opgelegd en is voor het jaar 1999 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij afzonderlijke uitspraken de eerste over het jaar 1996 opgelegde navorderingsaanslag gehandhaafd en de overige (navorderings)aanslagen verminderd.



Het Hof heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard, behoudens voor zover het beroep was gericht tegen de uitspraak met betrekking tot de eerste over het jaar 1996 opgelegde navorderingsaanslag, en de (navorderings)aanslagen verder verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.


2. Geding in cassatie


Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.



De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.



Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.



De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 6 oktober 2011 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.



Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.


4. Proceskosten


De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.


5. Beslissing


De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.



Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.B. Bavinck als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2013.