Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2013:BY7829

2013-03-29 Civiel recht 11/05587
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2013-03-29
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
11/05587
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2013/484 | JWB 2013/181 | PS-Updates.nl 2019-0519

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Zorgplicht bank bij totstandkoming hypothecaire geldlening. Eigen schuld; art. 6:101 BW.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.423 tekens)
29 maart 2013
Eerste Kamer
11/05587
EE/MD


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. W.E. Pors,


t e g e n


ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P.A. Ruig, thans mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.


Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Bank.

1. Het geding in feitelijke instanties


Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 405069/HA ZA 08-2236 van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2008 en 9 september 2009;
b. het arrest in de zaak 200.066.090/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 september 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.


2. Het geding in cassatie


Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 4 januari 2013 op die conclusie gereageerd.


3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing


De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Bank begroot op € 2.428,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 29 maart 2013.