Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2013:BY5053
2013-01-25
Civiel recht
12/01250
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2013:BY5053 → ECLI:NL:GHSHE:2011:BU7339 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2013:BY5053 → ECLI:NL:PHR:2013:BY5053
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Adoptieverzoek na intreden meerderjarigheid; minderjarigheidsvereiste, art. 1:228 lid 1 BW.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (29)
- ECLI:NL:RBOVE:2026:4411 Rechtbank Overijssel 14-07-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:4408 Rechtbank Overijssel 14-07-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:511 Parket bij de Hoge Raad 22-05-2026
- ECLI:NL:RBOBR:2025:8897 Rechtbank Oost-Brabant 10-11-2025
- ECLI:NL:RBNNE:2025:2515 Rechtbank Noord-Nederland 24-06-2025
- ECLI:NL:RBLIM:2025:2524 Rechtbank Limburg 20-03-2025
- ECLI:NL:RBLIM:2025:2295 Rechtbank Limburg 13-03-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:706 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10-02-2025
- ECLI:NL:RBROT:2024:12956 Rechtbank Rotterdam 06-12-2024
- ECLI:NL:RBOVE:2024:6340 Rechtbank Overijssel 21-11-2024
- ECLI:NL:RBOVE:2024:6340 Rechtbank Overijssel 21-11-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:3024 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-09-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:4970 Rechtbank Noord-Holland 23-04-2024
- ECLI:NL:RBOVE:2024:1161 Rechtbank Overijssel 30-01-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2023:4263 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21-12-2023
- ECLI:NL:RBOBR:2023:5557 Rechtbank Oost-Brabant 01-11-2023
- ECLI:NL:RBOBR:2023:5404 Rechtbank Oost-Brabant 12-10-2023
- ECLI:NL:RBOBR:2023:3010 Rechtbank Oost-Brabant 06-06-2023
- ECLI:NL:RBOVE:2023:1127 Rechtbank Overijssel 23-03-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:2122 Rechtbank Rotterdam 10-03-2023
- ECLI:NL:RBAMS:2022:5996 Rechtbank Amsterdam 22-08-2022
- ECLI:NL:RBGEL:2022:4696 Rechtbank Gelderland 09-08-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2022:1880 Rechtbank Noord-Holland 04-03-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2021:7515 Rechtbank Noord-Holland 09-07-2021
- ECLI:NL:RBLIM:2020:8975 Rechtbank Limburg 17-11-2020
- ECLI:NL:RBLIM:2019:3662 Rechtbank Limburg 18-04-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:1573 Rechtbank Noord-Holland 27-02-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2018:2089 Rechtbank Noord-Holland 14-03-2018
- ECLI:NL:RBDHA:2018:2036 Rechtbank Den Haag 22-02-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.709 tekens)
25 januari 2013
Eerste Kamer
12/01250
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. J. van Duijvendijk-Brand en mr. I.C. Blomsma.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 228196 FA RK 10-5611 van de rechtbank Breda van 2 mei 2011;
b. de beschikking in de zaak HV 200.091.663/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 december 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 januari 2013.
Eerste Kamer
12/01250
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. J. van Duijvendijk-Brand en mr. I.C. Blomsma.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 228196 FA RK 10-5611 van de rechtbank Breda van 2 mei 2011;
b. de beschikking in de zaak HV 200.091.663/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 december 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 januari 2013.